Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Stromen van levend water

‘Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan,’ dichtte Marsman in zijn beroemde gedicht. Het tekent onze situatie treffend. Wij Nederlanders hebben meestal water te veel. Zo bleek laatst ook uit een gesprekje met mijn dochter Rachel van vijf. Ze liet tijdens het tandenpoetsen onnodig de kraan lopen. Toen ik protesteerde, werd ze boos. Het was toch een leuk spelletje? Dat was het ook, maar ik vertelde haar over de campagnes die wij vroeger op school hadden: ‘Wees wijs met water.’ Het belang van water moet ons op school worden geleerd. We begrijpen dat niet zomaar.

Deel:

In Israël is het, net als in veel andere landen in het zuiden, een heel ander verhaal. Het grootste probleem met water is het tekort eraan. Als je in Israël een tocht maakt de natuur in, zal de gids niet vertrekken voordat hij de watervoorraad heeft gecheckt. Een liter of vier per persoon per dag moet er toch wel mee. Doe je het met minder, dan kan dat fataal zijn. Water betekent leven. De afwezigheid van water, doordat de regen in de natte maanden niet of te weinig komt, leidt tot mislukte oogsten met alle gevolgen van dien.

Loofhuttenfeest

Water is in Israël dus een treffend beeld voor leven. Dat wordt nog sterker als er wordt gesproken over levend water. Daarmee wordt stromend water bedoeld, bijvoorbeeld water dat opwelt uit een bron. Een van de bekendste teksten over levend water vinden we in Johannes 7:37-29 (zie kader). We lezen daar dat het de zevende dag van Soekoth is in Jeruzalem, het loofhuttenfeest. Door hutten te bouwen en daarin te verblijven, wordt de periode herdacht waarin het volk in de woestijn leefde. Het leven in de hutjes is ongemakkelijk en warm. Daarom besproeide men de hutten met water. Op de laatste dag van het feest vindt in de tempel de waterprocessie plaats, waarbij de hogepriester een kruik water uit de bron van Siloam uitgiet als een offer voor God. Jezus bevindt Zich al een aantal dagen in de tempel, waar Hij zittend onderwijst in de Torah. In vers 37 lezen we dat Hij gaat staan en roept: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken.” Dat zal een consternatie gegeven hebben! Wie durft deze plechtigheid te doorbreken? Het zal weerzin opgeroepen hebben, maar we lezen verderop in het hoofdstuk ook dat velen onder de indruk zijn van het gezag waarmee Hij spreekt.

Aanklacht

Jezus grijpt terug op een beeld dat we ook tegenkomen in Jeremia 2, waar het beeld van het levend water in een aanklacht wordt gebruikt. ‘Twee wandaden heeft Mijn volk begaan: het heeft Mij verlaten, de bron van levend water, en het heeft waterkelders uitgehouwen, kelders vol scheuren, waarin het water niet blijft staan’ (vers 13). In het Midden-Oosten werd in de droge maanden water opgevangen in uitgehouwen reservoirs. Na verloop van tijd werd dit water vies, brak, en zat het vol ongedierte. Jeremia klaagt het volk aan omdat ze God, het Levende Water, ingeruild hebben voor schijnzekerheden. Ze vertrouwen niet meer op God, maar kiezen ervoor zelf in te grijpen, het heft in eigen handen te nemen. Zo bouwen ze waterreservoirs, waarin het gaat stinken. Israël zal weer moeten leren vertrouwen op de levende God. En nu zegt Jezus min of meer hetzelfde. ‘Drink bij Mij! Ik zal je Levend Water geven.’

Waterballet

Wat zit er een mooie boodschap in dit gedeelte! Want wat kunnen we rondsjokken in de dorre vlakten van ons leven. En dan te weten dat Jezus daar nog steeds zit en opstaat als je langskomt: ‘Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken.’ Een uitnodiging om water te ontvangen, levend water. Stromend en opwellend water dat leven geeft. Daarbij vraagt Jezus ons Hem te vertrouwen. Stromend water is namelijk ook onvoorspelbaar. Daar weten wij in ons rivierenland veel van. Je weet niet in welke hoeveelheden het komt en hoe het precies zal lopen. We moeten erop leren vertrouwen dat God in de droge tijden van ons leven weer met levend water wil komen.

Maar er volgt nog meer. Jezus is nog niet klaar met wat Hij te zeggen heeft. We lezen in vers 38 dat er rivieren van levend water uit je hart zullen stromen als je in Hem gelooft. Letterlijk staat er: ‘Wie op Mij vertrouwt.’ Als God ons vertrouwen vraagt, dan geeft Hij er vaak een belofte bij. In dit geval belooft Hij de Geest. Johannes geeft dat ook als toelichting op de woorden van Jezus in vers 39. De Geest zal in ons binnenste komen wonen als we op Jezus vertrouwen. Dan zullen stromen van levend water uit ons hart, ons binnenste vloeien. Als we gedronken hebben uit de Bron, dan moeten we het water niet opslaan in ons waterreservoir. Dan wordt het brak en gaat het stinken. Nee, we krijgen zó overvloedig, dat we zelf weer overlopen. We móeten wel uitdelen. Het wordt één groot waterballet; een feest van leven ontvangen en doorgeven.

Denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan. Als we op een zomerse dag langs het water fietsen, dan worden we eraan herinnerd dat we mogen komen om te drinken. Bij de Bron Die leven geeft.

Tekst: Arie Kok

Johannes 7:37-39

Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en Hij riep: “Laat wie dorst heeft bij Mij komen en drinken! ‘Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in Mij gelooft,’ zo zegt de Schrift.” Hiermee doelde Hij op de Geest Die zij die in Hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.

--:--