Ga naar submenu Ga naar zoekveld

40+ en (nog) een kindje

‘Het voelt soms als een vorm van luxe’

Het kan verkeren, zeggen we weleens. Elsa* en Bep zullen dat beamen. Bep trouwde op twintigjarige leeftijd en had een jaar later haar eerste zoon op schoot. Elsa daarentegen was jarenlang volop aan het werk én vrijgezel, totdat ze op haar veertigste een vaste relatie kreeg. Twee heel verschillende levens, maar met één grote overeenkomst: beide vrouwen werden (nogmaals) moeder in hun jaren veertig!

‘Ik heb nooit per definitie kinderen willen hebben’

Elsa (45) zit met haar twee meisjes van 3 en 1 jaar voor de camera. Te midden van brabbelende kinderen, rammelende borden en het geschuif van stoelen proberen we een videogesprek te voeren. Elsa multitaskt moeiteloos van gesprek naar kind en weer terug, en weet intussen de draad van het gesprek vast te houden. Die vaardigheid is wellicht te danken aan haar ervaring voor de klas en op andere plekken in het onderwijs. Ze is inmiddels tien jaar actief als ZZP’er. “Tien jaar geleden had ik nog geen man of kinderen, en mijn vader zei altijd: ‘Ik had voor mezelf moeten beginnen.’ Maar hij moest een gezin onderhouden en waagde het er niet op. Dus toen de mogelijkheid zich voordeed, dacht ik: ik ga ervoor. Niemand zou er de dupe van zijn als het niet zou lukken. Ik ben het gaan proberen en het ging heel goed. Ik werkte eerder fulltime in het onderwijsadvies, maar nu werk ik zo’n beetje drieënhalve dag per week.”

Extra’s

Een vrouw met een onderwijsachtergrond die géén uitgesproken kinderwens had, je kunt het je nauwelijks voorstellen. Toch is het zo: “Ik heb altijd de omgang met kinderen gezocht en voelde me vaak meer op m’n gemak bij kinderen dan bij volwassenen,” legt Elsa uit. “Maar ik heb nooit per definitie zelf biologische kinderen willen hebben. Ik heb neefjes en nichtjes, en vrienden met kinderen. Regelmatig kwamen ze logeren, dat kon allemaal gemakkelijk. Via mijn werk in het speciaal onderwijs zag ik bovendien kinderen die wel wat extra aandacht en begeleiding konden gebruiken. Dus ik had zeker het idee dat ik iets voor kinderen zou kunnen betekenen, maar in welke vorm precies – weekendpleegzorg of iets anders – daar was ik nog niet uit.”

Raar

“Soms voelt het als een vorm van luxe,” verontschuldigt ze zich haast. “Ik heb nooit zoveel behoefte gehad aan het moederschap als sommige andere vrouwen, en het is me toch in de schoot geworpen. Ik was er voor mezelf eigenlijk al uit dat ik waarschijnlijk geen moeder zou worden, maar toen ik op mijn veertigste een relatie kreeg, kwam die mogelijkheid ineens toch in beeld. Gezien mijn leeftijd moesten we al aan het begin van onze relatie praten over het ouderschap. Dat vond ik wel raar en ongemakkelijk, maar mijn man was heel relaxed. Hij gaf aan dat hij graag kinderen wilde, maar als het niet zou lukken, dan niet. Hij koppelde dat overigens niet aan mijn leeftijd. Je hebt immers nooit de garantie dat je samen een kind krijgt.”

Carrière

Het ouder moeder-zijn is niet iets waar Elsa dagelijks bij stilstaat. “Ik kan het niet vergelijken met hoe het zou zijn als ik jonger kinderen had gekregen,” zegt ze. ‘Bovendien hebben we een vrij diverse vriendengroep. Ik heb ongewild-kinderloze vriendinnen, vriendinnen die op latere leeftijd moeder werden, maar ook vrienden met kinderen die al studeren. Van alles wat, waardoor ik me geen uitzondering voel. In de wijk vind ik het lastiger. Ik ben twintig jaar ouder dan veel moeders die ik bij de speeltuintjes tref. Wat ik wil met die contacten en hoe, weet ik nog niet goed.” Ook op haar werk komt Elsa jongere moeders tegen. Vrouwen van rond de dertig met jonge kinderen die intussen ook proberen carrière te maken. Een pittige combinatie. Elsa heeft al een flinke basis gelegd en profiteert daarvan: “Mijn cv is oké, ik kan veel doen, ook in deeltijd. Ik ben thuis nu aan het leren om moeder te zijn, maar ik hoef op mijn werk niet meer te leren om óók nog eens de professional te zijn. Dat dit niet samenvalt, maar elkaar opvolgt qua tijd, vind ik echt een voordeel.”

‘Ik vond het moeilijk dat het kindje zo'n oude moeder zou hebben’

Gijs en Bep Hardeman hebben vier volwassen zonen en een tienerdochter van 13 jaar. Tussen de oudste en de jongste zit ruim 24 jaar leeftijdsverschil. Bep (59) schrok zich een hoedje toen ze op haar 44e zwanger bleek: “Ik heb echt gehuild, ik dacht: dit komt niet goed. Ik was bang dat ik het niet aankon en ik vond het moeilijk dat het kindje zo’n oude moeder zou hebben. Maar Gijs zei: ‘Ach, die anderen zijn groot geworden, dat gaat met deze ook wel lukken.’ Toen heb ik vrij snel die zorgen kunnen loslaten. Het onze jongens vertellen, vond ik ook nogal wat. Eentje was zelf al getrouwd! Het was op een zondagmiddag, ik vergeet het nooit meer. Ik rekende op: ]Hoe kunnen jullie nou zo stom zijn?! Je weet toch dat anticonceptie bestaat?!’ Maar nee, ze vonden het prachtig. ‘Ooooh, leuk!’ zeiden ze direct. Om de beurt gingen ze met me mee naar de gynaecoloog. Met Bert, de derde, die toen 19 was, ben ik de babykamer wezen kopen, want ik had natuurlijk niks meer. Die jongen heeft ook nog het hele babykamertje geschilderd.”

Hulpje

Ook buitenshuis kregen Gijs en Bep vooral positieve reacties op hun zwangerschap. Gekletst werd er wel. “Wij konden merken dat er veel over ons werd gepraat. In de buurt, in de kerk … maar daar trokken we ons niks van aan. We konden er ook niks mee. Bijzondere dingen waren er ook, zoals een buurvrouw die ineens naar binnen liep, een knuffel gaf en zei: ‘Ach, wat fijn voor jullie, dat jullie nog zo'n kleintje krijgen. Dat komt best goed, hoor.’ Precies wat Gijs zei. Zo’n onverwacht en hartelijk gebaar, dat deed me echt goed.” Beps moeder, destijds 83 jaar en voor wie Bep bergen werk verzette, schrok aanvankelijk. ‘Ach, nu ben ik m’n hulpje kwijt,’ was haar eerste reactie. “Ze was natuurlijk ook blij, maar ze vond het moeilijk dat ik minder tijd voor haar zou hebben. Een deel van de zorg heb ik toen anders georganiseerd en dat ging prima. Het gaf mij ook veel meer lucht. Toen Joanne klein was, heb ik het zo gelaten. Mijn moeder heeft nog ruim twee jaar enorm van Joanne genoten, voordat ze overleed.”

Gekwebbel

Het is verbazingwekkend hoe jong Bep eruitziet voor haar leeftijd. Haar geheim is vermoedelijk dat ze altijd bezig is gebleven en nog steeds volop in de running is. Joanne was nog geen twee jaar toen het eerste kleinkind van Bep en Gijs werd geboren. Nummer zeven en acht zijn onderweg, voor de zomer hopen ze D.V. zes kleinzoons en twee kleindochters te hebben. “Joanne is helemaal opgegroeid met de oudste twee kleinkinderen, van nu tien en elf jaar. Ik heb uren rondgestruind met die twee jongens en Jo.” De kleinkinderen komen nu een dag in de week, Tom en Joanne wonen nog thuis. “Supergezellig. Ik geniet van de reuring en ik heb tijd voor al dat gekwebbel,” zegt Bep, “maar ik merk wel dat ik sneller vermoeid ben dan vroeger. Gijs vindt deze situatie weleens lastig. Hij is nog volop aan het werk en valt thuis opnieuw in de drukte. Hij wil vaker wat met z’n tweeën ondernemen, bijvoorbeeld een weekendje weg. Daar moeten wij echt een weg in zoeken, want we hebben nog een puber in huis. Dat is weleens pittig. Opvoeden blijft sowieso een opgave, en het is voor ons ook echt anders nu. Toen de jongens op het voortgezet onderwijs zaten, kwamen er computers op school. Joanne groeit op met een mobiele telefoon en weet er veel meer van dan wij.”

Bijzonder

Volgend jaar hopen Gijs en Bep 40 jaar getrouwd te zijn en met hun hele spul op vakantie te gaan. “We hebben dat eerder gedaan, met elk gezinnetje z’n eigen huisje en ons huisje als eethuis. Dat is zó genieten. Ik heb vroeger altijd gezegd: als het ons gegeven wordt, zou ik graag moeder van vier kinderen zijn. Maar we hebben er vijf gekregen, en met het kindje erbij dat we tussentijds verloren, zelfs zes. Dat is toch bijzonder. De gynaecoloog zei het destijds ook: ‘Jullie zijn een heel bijzonder gezin.’ En dat zijn we.”

* De naam Elsa is op verzoek van de geïnterviewde om redenen van privacy gefingeerd.

Tekst: Carola van Ruiswijk

--:--