
‘Soms werpt een wetenschappelijk inzicht nieuw licht op een tekst’
Leestijd: 10 min![]()
‘Inclusief taalgebruik’ is in onze tijd een heet hangijzer. Wat betekent dit voor een bijbelvertaling zoals de NBV21, die recht wil doen aan de tekst en de wereld van de Bijbel, maar ook aan hoe wij anno 2021 omgaan met de Nederlandse taal? Anne-Mareike Schol, hoofd Bijbelgebruik bij het NBG licht toe en geeft enkele krachtige voorbeelden.
In het Duitse taalgebied vind je een uitgesproken voorbeeld van inclusief vertalen: de Bibel in gerechter Sprache (de Bijbel in rechtvaardige taal, red). Een vertaalproject waarbij God regelmatig ook een vrouwelijk voornaamwoord krijgt, en waarbij ook andere gevoeligheden rondom bijvoorbeeld etniciteit, slavernij, enzovoorts op een manier vertaald zijn die past bij hoe we hier in de loop van de 20e en 21e eeuw over zijn gaan denken.
Dat is verfrissend, maar kan ook vervreemdend werken. Bovendien: waren de bijbelse auteurs zelf wel zo woke als zo’n vertaling doet voorkomen? De Bijbel gaat regelmatig in tegen heersende opvattingen over genderidentiteit en macht, maar in veel teksten zie je ook het oud-oosterse en antieke wereldbeeld doorschemeren. En in dat wereldbeeld trokken vrouwen toch vaak aan het kortste eind, werden mensen uit andere volken al snel gezien als ‘barbaren’ en was slavernij een geaccepteerd onderdeel van het economisch systeem.
Inclusief vertalen is dus een balans-act tussen ons wereldbeeld en onze taalconventies enerzijds en het wereldbeeld en de taalconventies van de Bijbel anderzijds. Het evenwicht tussen die twee was al bij de NBV een belangrijk aandachtspunt, en de NBV21 doet daar, waar mogelijk, nog een schepje bovenop. Daar komen verschillende aspecten bij kijken.
NBV: ‘Ik heb met hart en ziel gezocht, maar nog altijd niet gevonden. Onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, maar het was geen vrouw.’
NBV21: ‘Dit heb ik met hart en ziel onderzocht: “Onder duizend mensen vond ik er maar één die ook werkelijk een mens was, en dat was geen vrouw.” Maar ik zag dat nooit bevestigd.’
En dan zijn er ook nog gevallen waarbij een subtiele wijziging – uiteraard in overeenstemming met de brontekst – ervoor zorgt dat de rol van een vrouw net iets beter uit de verf komt.
In het boek Rechters is er één vrouwelijke rechter: Debora. In de NBV wordt zij een beetje terloops geïntroduceerd, de NBV21 haalt beter uit de brontekst naar voren dat ze als leider optreedt.
NBV: ‘In die tijd was een zekere Debora rechter over Israël. Deze Debora, de vrouw van Lapidot, was profetes.’
NBV21: ‘In die tijd was de profetes Debora degene die Israël als rechter leidde; zij was de vrouw van Lapidot.’
In Ruth 3:11 lezen we dat Ruth een ‘bijzondere’ vrouw is (NBV). En dat is zij natuurlijk. Maar het is niet toevallig dat Boaz met hetzelfde woord beschreven wordt (chajiel, 2:1). De NBV zegt daar ‘belangrijk’. In de NBV21 wordt nu voor zowel Boaz als Ruth hetzelfde woord gebruikt, ‘moedig’, zodat de overeenkomst tussen de twee duidelijk is. Ruth is ‘een moedige vrouw’, omdat ze haar eigen land achterlaat, Naomi trouw blijft en zelf brood op de plank brengt.
Doorgaans is Jezus in discussies zijn gesprekspartners te slim af. De vrouw die we in Marcus 7 tegenkomen, een buitenlandse, lijkt een uitzondering. Als ze Jezus smeekt om haar dochter te genezen van een kwade geest, reageert Jezus eerst afwijzend: ‘Het is niet goed om het brood voor de kinderen aan de honden te voeren.’ Maar de vrouw voert aan: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’
En Jezus lijkt zich gewonnen te geven. In elk geval blijkt uit zijn slotwoord dat er door het antwoord van de vrouw iets veranderd is. De NBV maakt het met ‘dat hebt u goed gezegd’ iets te glad; in de brontekst stokt het even. En dat zegt iets over dit gesprek.
NBV: ‘Dat hebt u goed gezegd. Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
NBV21: ‘Omdat u dit zegt … Ga naar huis, de demon heeft uw dochter al verlaten.’
Febe was een leider in de christelijke gemeente van Kenchreeën (bij Korinte. Zij is ook degene die Paulus’ brief aan de christenen in Rome bezorgde, een belangrijke taak. Paulus geeft haar in die brief een lovende aanbeveling mee.
Het woord dat hij daarbij gebruikt wordt vaak met ‘tot steun zijn’ vertaald. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het een aanduiding is voor een invloedrijk persoon uit het openbare leven die anderen ‘steun en bescherming’ kan bieden. De NBV21 vertaalt: ‘zij heeft velen steun en bescherming geboden, ook mij’.
Eva, ‘de moeder van alle levenden’ (Genesis 3:20, NBV21) en naamgever van deze community: hoe ziet haar rol eruit in de NBV21? Vergeleken bij de NBV zijn er geen schokkende veranderingen. Wel is opnieuw gekeken naar de teksten over de eerste mensen in Genesis 1-3, die in de loop van de geschiedenis veel impact hebben gehad op ons beeld van mannen en vrouwen. In Genesis 1:26-27, waarin God de mens als zijn evenbeeld schept, mannelijk en vrouwelijk, was er geen aanleiding om de tekst aan te passen. Genesis 2:18 was een iets grotere uitdaging.
De NBV vertaalt: ‘God, de HEER, dacht: Het is niet goed dat de mens alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’ ‘Helper’ is een betere weergave dan ‘hulp’ (SV, HSV en NBG51): in het Nederlands denk je bij ‘hulp’ al gauw aan een dienstbode, iemand die in de huishouding helpt. En het denigrerende ‘hulpje’ ligt dan ook altijd op de loer. Zo is deze tekst niet bedoeld – ook God wordt in het Oude Testament regelmatig een ‘helper’ genoemd, met hetzelfde Hebreeuwse woord. Bijvoorbeeld in Psalm 54:6 (NBV21):
Zie, God is mijn helper,
de Heer is het die mijn leven draagt.
Een ‘helper’ is dus bijbels gesproken geen ‘hulpje’, maar iemand op wie je steunt, en zonder wie je in veel situaties verloren zou zijn.
De tweede uitdaging ligt in het woord dat de relatie tussen de man en deze helper aanduidt. Is dit iemand die vooral goed bij Adam past, of juist een tegenhanger? Critici hadden vaak een voorkeur voor ‘tegenover hem’ of ‘als zijn tegenover’, en letterlijk zou je de tekst inderdaad zo kunnen vertalen. Maar de strekking is toch eerder dat dit ‘tegenover’ complementair is aan de man, iemand die niet heel anders is dan hij en die hem tegelijkertijd aanvult. ‘Die bij hem past’ is misschien geen ideale weergave, maar komt wel dicht in de buurt van wat het Hebreeuws wil uitdrukken, en is bovendien ook mooi en begrijpelijk Nederlands.
In de NBV21 is dit vers dan ook geworden: ‘De HEER God zei: “Het is niet goed dat de mens alleen is, Ik zal een helper voor hem maken die bij hem past.’
Genesis 2:23, waarin de mens jubelt over de helper die God aan hem voorstelt, is wel aangepast in de NBV21:
NBV: ‘Toen riep de mens uit:
“Eindelijk een gelijk aan mij,
mijn eigen gebeente, mijn eigen vlees,
een die zal heten: vrouw,
een uit een man gebouwd.”’
NBV21: ‘Toen riep de mens uit:
“Dit is ze!
Mijn eigen gebeente,
mijn eigen vlees en bloed.
Vrouw wordt zij genoemd,
genomen uit een man.’”
De verbetering zit in dit vers vooral in het Nederlands, dat soepeler loopt dan in de NBV. Toch kun je in de eerste regel ook een subtiele verschuiving zien met het oog op het vrouwbeeld. In de NBV vult Adam in hoe hij dit nieuwe schepsel ziet: het is ‘gelijk aan hem’. In de NBV21 is dat veel opener geformuleerd en dichter bij de brontekst: ‘Dit is ze!’, zonder verdere invulling. In je achterhoofd kun je daarbij denken aan het korte en bondige ‘zeer goed’, waarmee God zijn scheppingswerk evalueert.
Eva, Debora, Ruth, de vrouw die Jezus op andere gedachten bracht, Febe, en al die andere vrouwen in de Bijbel. Bijzonder waren ze al, maar wie straks de NBV21 leest, ziet dat nog scherper dan eerst.
Tekst: Anne-Mareike Schol en Cor Hoogerwerf, NBG
Beeld: Carla Manten
Meer van het NBG: Het 'Onze Vader' heeft een update gekregen in de Nieuwe Bijbelvertaling.

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer