
Achtergrond
Leestijd: 9 minDoor Mirjam Hollebrandse
“Familie heb je, vrienden kies je”, zeggen we vaak. Waarmee we willen aangeven: we voelen ons niet altijd happy met onze familie. Maar hoewel sommigen het proberen, is het onmogelijk je te ontworstelen aan je ouders en grootouders. “Onderschat de invloed van je eigen geschiedenisboek niet”, zegt therapeut Els van der Naalt.
Een fenomeen dat de laatste jaren steeds vaker opduikt in therapieland, is de familieopstelling. Hoewel de term suggereert dat het iets is wat je met familieleden doet, ga je deze vorm van therapie zonder hen aan. Het kan in een groep met onbekenden, maar Els – die is gespecialiseerd in familieopstellingen – werkt individueel. Ze maakt gebruik van voorwerpen – placemats, houten of playmobilpoppetjes, vilten lappen, kaarten – die je helpen situaties uit te beelden.
“Een familieopstelling kan helpen snel bij de kern van een probleem te komen en op diep niveau voor heling te zorgen”, legt Els in haar coachpraktijk in Gouda uit. “Soms is dat iets waar mensen al jaren mee tobben en waar ze eerder niet uitkwamen.”

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meerEen belangrijk uitgangspunt in haar werk is voor Els de invloed die familie heeft op een individu. Onderschat die niet, benadrukt ze. “Je kunt denken dat je je hebt ontworsteld aan je ouders, maar dat is onmogelijk. Je ouders, grootouders en overgrootouders hebben jouw geschiedenis geschreven. Je kunt er gelukkig wel vrij van komen, maar je kunt het niet lostrekken van jezelf.”
Een heel Bijbels beeld eigenlijk, stelt Els, die daarmee de lijn doortrekt naar het gegeven dat niemand ongeschonden ter wereld komt. “We zijn geen onbeschreven blad. We dragen het DNA van onze ouders, grootouders en hún ouders in ons. Tel daarbij op dat we op weg naar volwassenheid allemaal onze eigen moeilijkheden of tegenslagen tegenkomen. Hoe we daarmee omgaan, wordt voor een groot deel bepaald door ons DNA: dat wat we in onze genen aan gereedschap hebben meegekregen van onze ouders en voorouders.”
Trauma’s worden doorgegeven via DNA
Het goede nieuws is: we kunnen wel leren hoe we met die uitdagingen volwassen kunnen omgaan. Hoe je je verhoudt tot de ander en tot de uitdagingen die op je pad komen, is een innerlijk proces, zegt Els. “Met een familieopstelling ga je daarom aan de slag met je binnenwereld. Hoe? Door ze uit te beelden, er een opstelling – een weergave – van te maken. En vervolgens ga je kijken: hoe verhoud ik mij tot die ander, of tot een bepaalde situatie waar ik moeite mee heb? En wat merk ik daarin bij mezelf?”
Belangrijk om daarbij te benoemen vindt Els het gegeven dat je dus met jezelf aan de slag gaat, niet met die ander. “Een ander kan je kwetsen of raken, maar je gaat aan de slag met de vraag: wat doet dit met míj́? Wat ben ík nu geneigd te doen? Want die ander kun je niet veranderen. De enige die je kunt veranderen, ben je zelf. En met veranderen bedoel ik: groeien, volwassen worden.”
Er is nog een term waar je de laatste jaren steeds vaker over hoort in de psychologie: intergenerationeel (of transgenerationeel) trauma. Onverwerkte pijn, angst of trauma die wordt doorgegeven van ouders op kinderen. Els wijst naar de muur van haar spreekkamer, waar een ingelijste tekst hangt van de Joods-Nederlandse Etty Hillesum: “Pijn die levend wordt begraven, sterft niet.” Els: “Dat geeft heel kernachtig de essentie weer van wat er gebeurt met pijn die er niet kon of mocht zijn. Om een voorbeeld te noemen: mensen nemen soms geheimen mee het graf in. Maar dat betekent dat een volgende generatie daarmee behept is. Vaak zie je dat er één nakomeling is die ergens diep vanbinnen aanvoelt: er ís iets. Hij of zij loopt vast in het leven. Ook daar zie je weer een Bijbelse waarheid, zoals in het tweede gebod staat: ellende kan voortwoekeren tot in het derde en vierde geslacht.”
Het wordt nog interessanter. Want in de wetenschap wordt veel onderzoek gedaan naar intergenerationeel trauma. Wat blijkt? In de epigenetica (de studie van het besturingssysteem van je genen) heeft men ontdekt dat er op het DNA van een mens een soort schakelaartjes zitten die als gevolg van intergenerationeel trauma aan- en uitgezet kunnen worden. Els: “Dat betekent dat trauma’s worden doorgegeven en dat klein- of achterkleinkinderen daar – onbewust – last van kunnen hebben. Dat kom ik in mijn praktijk vaak tegen: over stenen die in het voorgeslacht zijn blijven liggen, struikelt het nageslacht. Met opstellingen ruimen we die stenen op.”

Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Maar waar gaat het nu concreet over bij een familieopstelling? Over drie belangrijke systemische wetten. Een soort levenswetten, zegt Els, waar we nooit over nadenken, maar die in ons onderbewuste wel hun werk doen. “Je zou kunnen zeggen dat God die wetten in de schepping heeft gelegd. Ik leg dit altijd uit aan de hand van een metafoor, bedacht door coach en familieopsteller Els van Steijn. Stel je een fontein voor met vier bakken. De bovenste bak, een tweede bak daaronder, een bak dááronder en tot slot de vierde bak daar weer onder. Het water klatert – zoals dat gaat met een fontein – van boven naar beneden. En stel je nu eens een gewone, willekeurige familie voor. Bovenin zitten de overgrootouders, daaronder de grootouders, in de bak daaronder volgen de ouders en in de bak daaronder zitten de kinderen. Zijn we dertig jaar verder, dan is die bovenste laag een beetje van het toneel verdwenen, en zit er in die vierde bak weer een nieuwe generatie. Zo gaat dat van generatie op generatie.”
“Dan nu die wetten”, vervolgt Els. “De eerste systemische wet luidt: ‘Ouders geven, kinderen nemen.’ Dit klinkt als een soort mantra door al die bakken: ouders geven, kinderen nemen. Dat is de bedoeling in het leven – of ouder en kind het nu willen of niet. Allereerst op genetisch biologisch niveau: jij hebt bijvoorbeeld bruine ogen van je ouders gekregen, en die geef je weer door. Daarnaast geven ouders, als het goed is, liefde, aandacht, eten, enzovoort. Ook gemis en tekorten worden volgens deze wet doorgegeven.
Wat belangrijk is: het is níét de bedoeling dat kinderen geven aan ouders. Tenzij ouders aan het eind van hun leven hulpbehoevend worden, pas dan worden de rollen omgedraaid.
De tweede wet is – en we zijn nog steeds in die fontein: niemand en niets mag worden buitengesloten. Alles en iedereen hoort erbij. Mensen of pijnlijke gebeurtenissen mogen niet uit het familiegeschiedenisboek worden gewist. Ook hier hoor je Bijbelse waarheden op de achtergrond resoneren: iedereen hoort erbij en de waarheid maakt vrij.
De derde wetmatigheid is: voor iedereen is één plek. Ieder mens heeft zijn eigen plek in zijn eigen bak in de fontein. Op die plek moet je staan.
Over deze drie wetten gaat het in elke familieopstelling: klopt de balans tussen geven en nemen? Wordt niets of niemand buitengesloten? En zit iedereen op de juiste plek?”
Het mooie is: als we ons houden aan deze systemische wetten, zie je dat terug in de vruchten van je leven. Om een voorbeeld te noemen rondom die derde wet: als je je afzet tegen je ouders, ga je boven hen staan en zit je niet op je eigen plek. Denk nog even aan de fontein: je ouders staan boven je, jij staat onder hen – niet andersom. Neem je andermans plek in, dan ontstaat er binnenin vaak wrok, jaloezie en bitterheid. Maar als je je ouders de plek geeft die hun toekomt – dat is wat de Bijbel bedoelt met je ouders eren – dan groeit in jou liefde, vreugde, vriendelijkheid...”
Over stenen die in het voorgeslacht zijn blijven liggen, struikelt het nageslacht
Inzichten die je opdoet in een familieopstelling kunnen de familieverhoudingen op scherp zetten. Want stel, een volwassen dochter ontdekt dat ze al haar leven lang aan het zorgen is voor moeder. Dat gaat in tegen twee wetten: tegen wet één – ouders geven, kinderen nemen – en tegen wet drie, want dochter zit op de plek van moeder. Maar als dochter ontdekt: dit is niet gezond, ik stop ermee, krijgt ze te maken met een boze moeder. Want moeder is haar zorgende dochter kwijt. Hoe ga je daarmee om? Els: “Weet je wat mijn docent twintig jaar geleden zei toen ik hem deze vraag stelde? ‘Gun iedereen zijn eigen ellende.’ Dat antwoord maakte mij toen ontzettend boos, want het klonk zo egoïstisch. Maar ik weet nu hoeveel waarheid erin zit: iedereen moet zijn eigen kruis dragen, niet dat van een ander.”
Els tekent er nog iets belangrijks bij aan. Je ouders hun plek gunnen, betekent niet dat je de pijn die ze jou wellicht hebben gedaan, onder het vloerkleed veegt. Je zet hen alleen op hun plek, in de rij van de geslachten. Els: “Door te zien door wie en wat zíj́ gevormd werden, zul je mild worden. Je kunt dan je hart openstellen voor de geschiedenis van je ouders en leert tegelijkertijd verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen pijn. Ook hier kun je de link met de Bijbel leggen. Paulus schrijft in 1 Korintiërs 13: ‘Toen ik nog een kind was, sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben, heb ik al het kinderlijke achter me gelaten.’ Als ik dat door een psychologische bril bekijk, lees ik daarin hoe helend het is wanneer je als volwassene verantwoordelijkheid neemt voor je eigen pijn. Dat is het proces waar we met een familieopstelling aan werken.”

