Ga naar submenu Ga naar zoekveld

Janneke Jelies: ‘Dat eeuwige moeten, ik haatte het’

Wat kreeg Janneke van huis uit mee over God en geloof?

Ze telde de planken op de vloer en de schrootjes aan het plafond. Want de zondagse diensten vond Janneke Jelies maar saai. Tot ze rond haar 18e na het zingen van een psalm ineens wist: bij Hem moet ik zijn.

Deel:

Het hoekhuis in Tollebeek staat te koop. De Jelies, bekend van het NPO 1-programma Een huis vol, hebben grootse plannen. Sinds een paar weken is bekend dat ze willen emigreren naar Spanje. Maar voorlopig zit Janneke (40) nog ontspannen aan de koffie in de ruime woonkeuken, terwijl haar oudste dochter van 16 de jongste spruit in bad doet. Negen kinderen telt het gezin en ook Janneke komt uit een gezin van negen. “Ik ben de vierde en geboren op Urk. Toen ik 1 jaar was, verhuisden we voor mijn vaders werk – hij was politieagent – naar Noord-Holland. Op mijn 16e verhuisden we weer terug naar Urk.”

Zwembadje in de tuin

Ondanks haar weerzin tegen de kerkgang, heeft Janneke aan de zondag warme herinneringen. De mooiste dag van de week, zegt ze. “De tv stond uit, mijn vader hoefde niet naar z’n werk, niemand hoefde naar de sport; het was echt een dag met het gezin. Natuurlijk moesten we wel naar de kerk, maar we deden spelletjes met elkaar, aten samen, en ’s middags gingen we allemaal even naar bed. Ik herinner me ook de zondagsschool en, toen ik ouder werd, de jeugdvereniging ’s avonds.”

Zelf zijn Janneke en haar man Johan wat makkelijker als het om de invulling van de zondag gaat. Zo mogen de kinderen gerust buiten skeeleren en hoogzomer mogen ze ook in het zwembadje in de tuin. “De tv staat heel af en toe aan, maar we gaan niet naar een winkel; de zondag is van ons als gezin. Dat wil ik ook mijn kinderen meegeven.”

Geen discussie

Wat ze hun liever niet meegeeft, is het “eeuwige moeten”. “Het verplicht naar de kerk gaan – ik haatte het. Voor mijn gevoel kreeg ik er toch niets mee. Later begreep ik het allemaal wat beter natuurlijk, maar als jong meisje dacht ik vaak: wat moet ik daar? Voor mijn ouders was er echter geen discussie mogelijk. Je ging gewoon mee, punt uit. Waarom? ‘Omdat ik het zeg’, antwoordde mijn vader dan. In die zin heb ik een heel traditionele opvoeding gehad, waarin mijn ouders liefdevol, maar ook streng en rechtlijnig waren.”

Ik ken de meeste psalmen nog uit mijn hoofd

Janneke benadrukt dat ze haar ouders respecteert en op geen enkele manier wil schoppen tegen de kerk van haar jeugd, de Christelijke Gereformeerde Kerk. Maar met haar eigen kinderen gaat ze liever in gesprek als ze aangeven dat ze niet mee willen. “Dan zeg ik: ‘Prima als je vandaag thuisblijft, maar ga je volgende week dan wel mee?’ Kijk, uiteindelijk vind ik dat ze mee moeten naar de kerk zolang ze hier in huis wonen. Dus daar komt net zo goed een ‘moeten’ bij kijken. Maar ik wil wel meebewegen op wat zij aangeven, want een kind dwingen helpt niet. Dat heb ik zelf ervaren.”

Kinderbijbel

“‘Jezus is de goede herder’ natuurlijk!” lacht Janneke op de vraag welk lied ze nog kent van vroeger. Maar ook Psalm 81 vers 12: ‘Opent uwe mond, eist van Mij vrijmoedig.’ Dat vind ik nog steeds een mooie psalm. Hoewel we zelf nu meer Opwekking zingen, ken ik de meeste psalmen nog uit mijn hoofd. Elke week moesten we er op de zondagsschool eentje leren.”

Lees ook: 'We willen iets opbouwen in Spanje'
Lees ook: 'We willen iets opbouwen in Spanje'

Vooral met haar moeder zong ze veel. Zij was ook degene die de kinderen voorlas uit de kinderbijbel. “De geschiedenis over de ark van Noach sprak me enorm aan. Dat moet wat geweest zijn: Noach luisterde naar God, zonder dat hij wist wat er ging komen! Dat vertrouwen vond ik fantastisch. Of neem Abraham, die zijn enige zoon moest offeren. Die verhalen blijven je bij, en als je ouder wordt, ga je ook de achtergrond ervan begrijpen.”

Cassettebandjes

Rond haar 18e worstelde Janneke erg met zichzelf. Ze wil er niet over uitweiden, maar ze zat in een diep gat, zegt ze. Diverse malen riep ze God hardop om hulp: ‘Alstublieft, help mij!’ Ze luisterde naar preken – “die cassettebandjes heb ik nóg!” – en zocht professionele hulp. “Juist in die tijd heb ik ervaren dat God mijn enige hulp is. Hij is de enige die je uit de put kan trekken en je de zin van het leven kan laten zien.”

Janneke Jelies met kinderen
Janneke: "In onze vorige gemeente zijn acht van de negen kinderen gedoopt". Credits: Ruben Timman.

Hoe ervaarde je Gods hulp?
“Ik zat op een zondag in de kerk, toen we Psalm 51 vers 4 zongen: ‘Ontzondig mij met hysop, en mijn ziel, nu gans melaats, zal rein zijn en genezen.’ Op dat moment vóélde ik: de Here raakt mij aan. En toen wist ik ook: ik moet naar de Here toe met al mijn zorgen.

In de weken daarna heb ik zijn liefde voor het eerst ervaren. Ik wist: God is er echt. Dat blijft me ook altijd bij. Hoe ik dat wist? Hij liet het merken aan alles: Hij gaf me rust, bevrijdde me van die donkere momenten en elke keer als ik de Bijbel opendeed, kreeg ik een tekst waaruit bleek dat Hij mij steunde. Tot ik op een dag zeker wist: zijn genade is er ook voor mij. Ik mag een kind van God zijn.”

Toch werd die geloofszekerheid al snel daarna onderuitgehaald. Janneke weet nog hoe ze op een dag naar beneden kwam en zó blij was, dat ze tegen haar moeder zei: ‘Ik mag ook een kind van God zijn.’ “Maar mijn moeder reageerde met: ‘Dat kan niet. Dat mag je niet zomaar zeggen.’ Wat ik had ervaren, werd meteen van tafel geveegd.”

Flinke knauw

Het gaf Janneke een flinke knauw en even leek ze weer terug bij af te zijn. Het is dus niet voor mij, dacht ze. “Maar weet je, God laat je niet los. Hij houdt je vast in alles wat je doet. Hij is altijd bij me geweest, ook als ik het soms niet meer wist. Dat heb ik in mijn latere leven ook ervaren, bijvoorbeeld in keuzes die ik moest maken. Dan ervaarde ik echt Gods leiding.”

Heb je het er later weleens met je moeder over gehad?
“Laatst zei ik dit inderdaad tegen haar, maar zij wist het niet meer. Ik bedoel het ook absoluut niet negatief richting haar, want mensen waren in die tijd gewoon veel minder open over het geloof. Dat zij een kind van God is, weet ik zeker. Al zal ze dat zelf niet zo uitspreken, denk ik. Want dat zeg je niet over jezelf, vindt zij. Terwijl ik denk dat je daarmee God juist heel klein maakt. Draag het uit! Maak Hem groot! Zeg dat je een kind van Hem bent, dat Hij alles voor je is. Hij vraagt van ons om Hem te loven en te prijzen. Het is het mooiste wat er is.

Mijn vader is helaas op 48-jarige leeftijd overleden, maar als ik het met mijn moeder over het geloof heb, is het uit liefde. Ik ga geen discussies met haar aan. We praten met elkaar over het geloof omdat we dat gemeen hebben met elkaar. En omdat we allemaal één doel hebben: geloven in God. Alleen de manier waarop verschilt.”

Levenslied

Twee jaar geleden stapten Janneke en Johan over van de Christelijke Gereformeerde Kerk naar de Reformatorische Baptistengemeente op Urk. Vorig jaar werd ze daar gedoopt, en tijdens haar doop zong de gemeente Opwekking 315: ‘Heer, uw bloed dat reinigt mij’. “Het is een soort vrije vertaling van die Psalm 51 die mij jaren eerder zo raakte. Ik zie het als mijn levenslied, omdat het me elke keer terugbrengt bij Hem. Als ik het weer moeilijk heb, ga ik naar mijn binnenkamer – onze slaapkamer –, val op mijn knieën en herinner God eraan: ‘U hebt mij toen geholpen, wilt U dat nu weer doen?’ Dan voel ik dat ik rust krijg.” Glimlachend: “Als de deur van onze slaapkamer dicht is, weten de kinderen: nu mogen we niet binnenkomen. Al ben ik tegelijk heel open en bid ik veel met hen. Ik wijs hen altijd op de Here Jezus. Bij Hem vind je rust.”

Deze kerk was vanaf dag één wat we zochten

Vond je het moeilijk om de kerk van je jeugd te verlaten?
“De kerk van de refobaptisten was vanaf dag één wat we zochten. Ja, in onze vorige gemeente had ik belijdenis gedaan en zijn acht van de negen kinderen gedoopt. Maar we misten de diepgang. Je leest de Bijbel en gaat naar de kerk, maar over de vraag hoe je nu je leven als kind van God leidt, gaat het veel minder. Ik zeg weleens: in de traditionele kerk wordt naar het kruis toe gepreekt. Maar wij wilden vanaf het kruis vérder: hoe leef je als je je Verlosser gevonden hebt? Onze nieuwe gemeente past ons als een jas, we hebben er een familie van fijne broeders en zusters bij gekregen. Ook voor onze kinderen is deze kerk veel toegankelijker. Onze oudste is tegelijk met ons gedoopt en wil zondags niet eens meer thuisblijven om op te passen!”

Bewegende straatstenen

Jannekes jongste dochter zit inmiddels fris en met vochtige haartjes in de kinderstoel aan de keukentafel. Terwijl het meisje gretig de koek oppeuzelt die haar moeder in stukjes breekt, besluit Janneke: “Vroeger zeiden we: ‘De straatstenen moeten bewegen voordat je tot bekering kunt komen.’ Met andere woorden: God is onbereikbaar. Nu voel ik dat Hij om me heen is. Zijn liefde en zo’n verhouding met de Here gun ik iedereen.”

Geschreven door

Mirjam Hollebrandse

--:--