
Interview
Leestijd: 3 minDoor Esther Tims-Van Helden
Midden in haar woonkamer, gewoon aan de eettafel, maakt Joke Drost (46) troostdekens van kleding van overleden dierbaren. “Het geeft mensen rust dat kleding een blijvende bestemming krijgt.”
“Het idee voor een troostdeken ontstond toen de moeder van een vriendin overleed. Die vriendin moest haar moeders kledingkast opruimen, maar het lukte haar maar niet om iets weg te doen. Aan de kledingstukken zaten voor haar dierbare herinneringen. Toen is het idee geboren er een deken van te maken, zodat je iets hebt om vast te kunnen houden.
Niet lang na dit idee overleed een goede collega van mij. Toen heb ik van haar kleding een troostdeken gemaakt voor haar man en haar dochter en een kussen voor haar tweelingzus. Dat was intens, want ik zat met mijn handen aan spullen die heel dichtbij komen en veel emotie oproepen. Maar de reacties waren heel warm. Voor de familie was het waardevol, maar ook andere mensen zeiden: ‘Wat een mooi idee!’ Toen merkte ik: dit helpt echt.
In het dagelijks leven werk ik als verpleegkundige in een verzorgingshuis, en het maken van dekens doe ik ernaast. Ik vind het heerlijk om te creëren. Creativiteit zit bij ons echt in de familie. Mijn vader is vioolbouwer en heel handig met hout. Mijn moeder zat, zolang ik me kan herinneren, achter de naaimachine. Zij heeft mij daarmee het naaien al jong geleerd.

Download gratis de nieuwe Visie-app en lees Visie waar en wanneer je wilt!
Eén deken maken kost zo’n 24 uur en ik doe het echt in mijn vrije uren. Daarbij neem ik altijd de tijd, zodat mensen hun verhaal kunnen doen als ze de kleding bij me brengen. Ze vertrouwen mij hun kleding toe, en daarmee ook hun gemis. Daar moet tijd en aandacht voor zijn.

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meerIk zeg altijd: ‘Ik maak troost.’ Want als er eenmaal een deken ligt, kun je hem dicht bij je houden als je de behoefte voelt. Bovendien, mensen weten vaak niet wat ze met die kleding aan moeten. Het geeft rust als er dan iets blijvends van wordt gemaakt.
Een verhaal dat me is bijgebleven? Een oud-collega verloor haar vriendin. Voor de zwangere dochter van die vriendin wilde ze een babydekentje laten maken van kleding van oma. Ze had daarvoor een trui opgehaald en bracht die bij mij. De stoffen wilden we combineren met nieuwe babyprintjes. We bedachten dat we in een hoek een soort capuchon konden naaien, zo’n hoekje dat je rond een babyhoofdje kunt leggen. Terwijl ik aan het knippen was, knipte ik de hals los, waar een label uit viel. Daar stond op: ‘I will see you again’, en: ‘This side or the other’. Ik kreeg kippenvel. Hoe bijzonder, en ook hoe toevallig. In overleg heb ik ‘I will see you again’ in de capuchon genaaid. Dat staat precies voor het werk dat ik doe. Je geeft iets blijvends door aan de volgende generatie.”

