Ga naar submenu Ga naar zoekveld

‘Kerst: God heeft in Jezus óns DNA aangenomen’

Wetenschapper Marnix Medema wil met zijn volle verstand geloven

20 december 2021 · Leestijd 13 min

Hoewel hij ‘prof. dr.’ voor zijn naam heeft staan, verwondert microbioloog Marnix Medema (35) zich nog steeds als een kind over de schepping die hij bestudeert. Maar ook hij kent onbeantwoorde vragen, als gelovige wetenschapper én als vader. “Op zo’n moment sta je met je mond vol tanden.”

“Pak maar eens een theelepel en steek die in de grond in je achtertuin. In één zo’n lepeltje aarde kun je al meer dan tienduizend verschillende soorten micro-organismen aantreffen. Die zitten allemaal anders in elkaar en doen stuk voor stuk andere dingen. Bizar, toch?”

Mateloos fascinerend

Dit voorbeeld gebruikt Marnix Medema (universitair hoofddocent bio-informatica in Wageningen en gasthoogleraar theoretische biologie in Leiden) halverwege het gesprek, om te illustreren hoe wonderlijk en fascinerend de fysieke werkelijkheid in elkaar steekt. Die onderzoekt hij al vanaf zijn studententijd tot op het allerkleinste niveau: dat van bacteriën, moleculen en het DNA.

Als de beste

Leren? Dat kon Marnix als de beste. Hij zat maar enkele weken in groep 3 (“alleen het schrijven had ik nog niet helemaal onder de knie”) toen hij al doorstroomde naar groep 4. Hoge cijfers waren op al zijn rapporten schering en inslag – een voorbode van de ‘cum laudes’ waarmee hij zijn latere studies zou bekronen.

Na de basisschool bezocht je een openbaar gymnasium. Had je al enig idee wat je later wilde gaan studeren?
“Daar was ik nog helemaal niet mee bezig. Maar ik genoot met volle teugen, omdat ik allerlei nieuwe vakken kreeg en heel veel nieuwe dingen kon leren. Pas in de vierde klas begon ik daar meer over na te denken. Het was lastig, want ik vond heel veel dingen interessant. Biologie sprak me bijvoorbeeld heel erg aan, maar ook economie.”

Dat lijken nogal verschillende vakgebieden.
“Toch zit er best veel overlap in, als het gaat om de manier van denken. Zowel in de biologie als in de economie bestudeer je complexe systemen en als je daar iets in verandert, heeft dat gevolgen voor de rest van zo’n systeem: razend interessant.”

Altijd binnen handbereik

Marnix Medema portret De Haas

Als zoon van een christelijke uitgever (mr. Henk P. Medema) groeide hij op in een rijke leeromgeving: boeken waren altijd binnen handbereik. “Maar ik zat niet alleen graag met mijn neus tussen de bladzijden, hoor,” nuanceert Marnix, die met zijn vrouw en hun drie dochters in een ruime nieuwbouwwoning in Bennekom woont.
“Net als onze oudste dochter nu, verslond ik boeken, maar ik speelde ook graag buiten. Vaak voetbalde ik met vriendjes, en we bouwden hutten. In onze fantasie waren dat forten, die wij moesten verdedigen. En ik vond het leuk om dingen te sparen, zoals postzegels en speelgoed-dino’s.”

Jouw zus, Eva-collega Marlies, vertelde dat jij als pakweg 7-jarige iedereen in je omgeving liet weten dat je graag paleontoloog wilde worden.
“Klopt. Ik was dol op dinosaurussen; het leek me geweldig om hun skeletten op te graven en te onderzoeken.”

Om even in dino-termen te spreken: die plannen stierven mettertijd uit?
“Ja, ik denk gelijktijdig met de dino-rage die je toen had. Het was de tijd van Jurassic Park. Voor die film was ik toen trouwens nog te jong.”

Wikken en wegen

Marnix Medema buiten De Haas

Na lang wikken en wegen hakte Marnix de knoop door: hij schreef zich in voor de studie bedrijfswetenschappen aan de VU in Amsterdam.

Aan jou is misschien dus wel een topeconoom verloren gegaan.
Lachend: “Dat zullen we nooit weten…”

Waarom koos je later alsnog voor biologie?
“Uiteindelijk trok biologie mij, in de zesde klas van het gymnasium, nóg meer dan economie. Dat had alles te maken met een profielwerkstuk dat ik had gemaakt, over evolutie. Ik ben opgegroeid met het idee dat God de wereld – zo’n zesduizend jaar geleden – in zes gewone dagen schiep. Daar had ik nooit aan getwijfeld. Maar op het openbare gymnasium hoorde ik een heel ander verhaal. Geen dagen, maar miljoen jaren. En alle planten- en diersoorten zouden door evolutie ontstaan zijn.”

Begon de twijfel te knagen: klopt het plaatje wel dat je van huis uit en in de kerk hebt meegekregen?
“Inderdaad. Hoe zat dat met Genesis 1 tot en met 3, en met Adam en Eva? Als opgroeiende jongen ga je dan toch denken: wat is waar? Zijn al die wetenschappers nou gek, of… zit het wellicht toch ingewikkelder in elkaar dan ik altijd had gedacht?

Ik vond heel veel dingen interessant

‘Intelligent Design’

Marnix las “een halve boekenkast” over dit onderwerp. En hij verdiepte zich in ‘Intelligent Design’, een destijds net opkomende beweging van vooral Amerikaanse wetenschappers. Zij waren ervan overtuigd dat er – aantoonbaar – een intelligent ontwerp achter het universum zit.
“Tijdens het werken aan mijn profielwerkstuk voelde ik zo’n plezier bij het nadenken over de enorme complexiteit van het leven, dat ik dacht: daar wil ik meer van weten. En daarom switchte ik naar de biologie.”

Overtuigden de wetenschappelijke argumenten voor een intelligent onderwerp je?
Hij schudt nee. “Ik heb voor datzelfde profielwerkstuk zelfs e-mailcontact gehad met een Amerikaanse professor, biochemicus Michael Behe. Hij had net een spraakmakend boek gepubliceerd, Darwin’s Black Box (Nederlandse titel: Darwins zwarte doos, red.). Mijn vader had een Engelstalig exemplaar voor me op de kop getikt. Behe nam tot mijn verrassing de moeite op mijn vragen te reageren; daar was ik als 17-jarige diep van onder de indruk. Hij en anderen stellen dat het wetenschappelijk te bewijzen is dat er op moleculair niveau zulke complexe systemen bestaan, dat evolutie hun ontstaan niet volledig kan verklaren. Er moet dus wel ontwerp in het spel geweest zijn. Zij noemen dit ‘onherleidbare complexiteit’. Maar ik denk dat dit standpunt, puur wetenschappelijk gezien, niet is vol te houden.”

Ik wist in die periode gewoon niet of er een god bestond

Het vloerkleedje

Als de evolutietheorie klopt, wat zegt dat dan over God? Bestaat Hij überhaupt? Of is dit hele universum slechts het product van ‘een schitterend ongeluk’, zoals iemand het ooit verwoordde? Kan alle complexiteit ook zonder Schepper worden verklaard?
Vooral op de universiteit trokken dit soort vragen gestaag het vloerkleedje onder Marnix’ geloof vandaan. “Ik heb mezelf nooit als een atheïst beschouwd, maar was wel een tijdlang agnost,” blikt hij terug. “Ik wist in die periode gewoon niet of er een god bestond. En zo ja: welke? Waarom zou uitgerekend het geloof waarmee ik toevallig opgroeide het juiste zijn?”
Een geloofscrisis? Marnix knikt. “Ik wist het allemaal niet meer. Wat ik van kinds af aan geloofd had, kon ik niet langer bij voorbaat voor waar houden.”

Onder de indruk

Marnix Medema buiten portret De Haas

Tegelijk raakte hij meer en meer onder de indruk van “de enorme complexiteit van het leven”, vervolgt hij. “Tijdens mijn studie werd ik dieper en dieper de details van de biologie ingetrokken. Daarom koos ik uiteindelijk ook voor de moleculaire biologie, omdat je daarin – op het niveau van moleculen – bestudeert hoe het leven in elkaar zit.”
Enthousiast: “Ik vind het zó wonderlijk wat je allemaal kunt ontdekken zodra je op dat allerkleinste niveau inzoomt op bijvoorbeeld een huidcel, een schimmel, een piepklein beestje, of een theelepeltje tuinaarde. Er zijn allerlei elementen en mechanismen om te ontdekken. Zo veel wonderen die iets vertellen hoe het leven in elkaar zit. Als bioinformatici kijken wij daar op het niveau van ‘informatie’ naar: met behulp van computers analyseren we DNA – bijvoorbeeld van een bacterie of een plant – en onderzoeken vervolgens wat er allemaal in verborgen zit. Mateloos fascinerend.”

Je groeide op in een gelovig gezin, werd als student agnost, maar kwam allengs tóch weer bij het christendom uit. Hoe gebeurde dat?
Marnix duwt zijn bril omhoog. “De eerste denkstap die ik maakte, begon met deze vraag: geloof ik dat er überhaupt een god bestaat, of niet? Mijn conclusie: ik geloof niet dat er wetenschappelijke bewíjzen voor God zijn. Maar ik raakte er gaandeweg wel meer en meer van overtuigd dat het logisch was dat er een god, of een soort hogere macht, aan dit ongelofelijk complexe universum ten grondslag zou liggen. En dan is de volgende vraag: is dat inderdaad de God met Wie ik ben opgegroeid, en in Wie mijn ouders nog steeds van harte geloven? Of een andere god?”

Als wetenschapper geloof ik met mijn volle verstand

Andere godsdiensten

“Ik heb me in verschillende godsdiensten verdiept,” legt Marnix uit. “Ik dacht op een gegeven moment: áls er dan inderdaad een god is, dan zal deze zich willen openbaren. Uiteindelijk kwam ik toch weer uit bij Jezus.”

Via rationele argumenten?
“Het waren niet zozeer rationele argumenten die me overtuigden, maar de schoonheid, de waarheid en de rechtvaardigheid van Zijn unieke persoon en boodschap. Ik dacht: Zijn boodschap over Gods Koninkrijk kan de wereld inderdaad veranderen. Daar kon ik, al was er dan geen wetenschappelijk bewijs voor, niet onderuit. Ik dacht; die God van de Bijbel wil ik beter leren kennen. Na een lange, intense zoektocht kon ik het geloof echt omarmen als iets van mezelf.”

En het vraagstuk ‘schepping of evolutie’?
“Ik ben er, kort samengevat, tijdens mijn studie in Nijmegen en later in Groningen van overtuigd geraakt dat die twee begrippen elkaar niet uitsluiten, maar aanvullen. Je kunt de Bijbel serieus nemen als Goddelijke openbaring én de natuurwetenschappen als een betrouwbare bron van hóé God schiep. Het zijn twee perspectieven op dezelfde werkelijkheid. In Genesis 1 tot en met 3 spreekt God de mensen aan in de taal en de belevingswereld die zij verstonden.”

Verstand aan de kapstok

In Cees Dekkers boek Alle verstand te boven; 22 wetenschappers over hun leven, werk en God (2021) vertelde Marnix dat hij zich ten slotte aan God durfde over te geven, “niet met het verstand op nul, maar met het volle verstand”.

Een atheïst zou meteen zeggen: Geloven met het volle verstand? Die twee begrippen staan volkomen haaks op elkaar.’
“Die gedachte hoor je heel vaak in onze westerse cultuur. Zo van: als je naar de kerk gaat, hang je verstand dan maar aan de kapstok voordat je naar binnen gaat, want geloven en nadenken horen niet bij elkaar en sluiten elkaar uit. Dat bestrijd ik: als wetenschapper geloof ik met mijn volle verstand.”

Dit is een mythe waar helaas ook veel christenen in geloven

‘God met ons’

Juist in deze adventsperiode kan Marnix zich verwonderen over Jezus’ geboorte. “Stel je voor,” zegt hij, “God heeft in Jezus óns DNA aangenomen…”

Wat betekent dat voor jezelf?
Peinzend: “Naast veel schoonheid, zie je in het DNA ook een stuk van de zwakheid, de gebrokenheid en de beperktheid van ons mensen terug. Dat God dit allemaal in Jezus heeft willen aannemen, is daarom voor mij heel bijzonder. In de volle betekenis van het woord is Hij tussen ons in komen staan, werd Hij een van ons.” Met een lichte frons: “Ik denk weleens dat wij als christenen te snel ‘overspringen’ naar Pasen, en te weinig stilstaan bij het wonder van Jezus’ menswording.”

Een mythe

Marnix slaakt een zucht. “Dit is nou net een mythe waar helaas ook veel christenen in geloven: dat wetenschap bedacht is om gelovigen te pesten. Ik zie wetenschap, die heel duidelijk christelijke wortels heeft, als een geschenk van God. Hij gaf ons het verstand om deze wereld te onderzoeken en steeds verder te doorgronden. De Bijbel roept ons op om Hem óók met ons verstand te dienen. De natuurwetenschap past voor mij bij de scheppingsopdracht om goed voor de aarde te zorgen.”

Heeft jouw wetenschappelijke werk wat dat betreft ook een praktische spits?
“Zeker. In mijn onderzoeksgroep kijken we – onder andere – naar bacteriën die bijvoorbeeld in de menselijke darm of in planten zitten, om te zien wat ze precies doen en welke moleculen daarbij betrokken zijn. Sommige bacteriën kunnen ons beschermen tegen ziektes, of juist helpen ons voedsel beter te verteren. Dit onderzoek kan gebruikt worden om nieuwe antibiotica te ontwikkelen, of nieuwe middelen om gewassen beter te beschermen. Het is dus een combinatie van fundamenteel onderzoek en de praktische toepasbaarheid ervan.”

God werd een van ons

Niet op een weegschaaltje

“Vaak hebben we het met Kerst al over Pasen. Dan denk ik: ho even! Jezus is mens geworden, ook in biologische zin, inclusief onze zwakheid en onze beperktheid. Als je in dát licht ‘God met ons’ hoort, is dat voor mij zó krachtig. Dat vind ik net zo indrukwekkend als Jezus’ overwinning op de dood. Natuurlijk moet je Kerst en Pasen niet op een weegschaaltje leggen; beide zijn belangrijk. Maar laten we alsjeblieft niet te snel voorbijgaan aan het wonder van Kerst.”

Handenvol vragen

Uitsnede Marnix Medema portret De Haas

Marnix’ expertises zijn biochemie, bio-informatica, microbiologie en moleculaire genetica. Op al deze kennisvlakken verwondert hij zich over de complexiteit van het leven, die als een rode draad door zijn wetenschappelijke werkzaamheden loopt.
Hoe onvoorstelbaar complex het leven is, heeft hij de afgelopen jaren ook in een heel andere zin ervaren. Kort na elkaar verloren Marnix en zijn vrouw twee keer halverwege de zwangerschap een kindje.
In het al genoemde boek Alle verstand te boven vertelt Marnix dat hij heeft leren vertrouwen “op een God die aanwezig is op alle momenten. Op momenten van blijdschap, maar ook van verdriet en verlies, zoals het moment waarop ik mijn doodgeboren kindje in de armen nam, toen ik onder de indruk was van het diepe wonder en de scheppingskracht die eraan ten grondslag lag, en besefte: ook al kon ik mijn kind niet verder leren kennen, hij is wonderlijk gemaakt en intens geliefd voor zijn Vader.”

Dan sta je als gelovige vader en wetenschapper, met handenvol vragen…
“Absoluut.” Zacht: “Twee keer achter elkaar een kindje verliezen, in zo’n korte tijd, zonder dat er een verband tussen zat… Dan denk je: waarom? Als wetenschapper houd ik erg van waaromvragen. Die doordenk ik graag. En er zijn best antwoorden te geven die behulpzaam zijn. Maar ten diepste sta je op zo’n moment, al heb je nog zo veel wijsheid in pacht, met je mond vol tanden.”

Vermengd met verdriet

Marnix omschrijft het als “een achtbaan van emoties”, en zoekt even naar woorden. “Het was twee keer een heel bizar en wonderlijk moment. Net als toen we onze drie dochters kregen, was ik diep onder de indruk van een wonder van een kindje dat ter wereld komt. Maar tegelijkertijd is die verwondering compleet vermengd met verdriet. Omdat je weet: dit kindje zal ik nooit zien opgroeien…” Ferm: “Toch zijn dat juist de momenten waarop ik Gods aanwezigheid – ondanks alles – heb ervaren. En we weten dat zij nu bij hun hemelse Vader zijn, Die intens van hen houdt. Dat is voor mijzelf een grote troost, en geeft ook kracht om door te gaan.”

Als christenen verwachten we een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Heb je enig idee wat jij daar straks als microbioloog zult doen?
Direct: “Nou, als ik zie hoe complex déze wereld al is… Die complexiteit is straks onuitputtelijk. Het wordt een eindeloze ontdekkingstocht, waar – en dat is het mooiste – iedereen aan mee mag doen.”

Beeld: Jacqueline de Haas
 

Marnix op tv
Op 19 december 2020 was Marnix te zien in het EO-programma Andries en de wetenschappers op NPO 2:

Geschreven door

Gert-Jan Schaap

--:--