Q&A met Lies Nijman: Veelgestelde vragen over rouw

#4 Podcast Ik Mis Je met Manu Keirse

20 mei 2021 | Leestijd 9 min

In deze speciale aflevering gaat hulpverlener Lies Nijman in gesprek met Manu Keirse. Als twee deskundigen geven zij vanuit hun rijke ervaring antwoord op vragen die jullie zelf via social media kanalen hebben opgestuurd. Hieronder lees je welke vragen er in het gesprek aan bod komen en zie je een deel van het antwoord. De antwoorden hieronder zijn beknopt. Natuurlijk kun je de podcast luisteren voor meer waardevolle inzichten.

De weergave van Spotify vereist jouw toestemming voor social media cookies.

Toestemmingen aanpassen

‘Hoe lang duurt het voordat ik mij weer een beetje normaal voel?’
‘Verdriet doet heel veel met je. Mensen krijgen snel het gevoel: ik ben niet meer normaal. Terwijl: ontredderd zijn, intens verdrietig zijn, je van tijd tot tijd boos voelen, je schuldig voelen, je extreem moe voelen, niet vooruit kunnen, je niet kunnen concentreren, niets kunnen onthouden, zijn eigenlijk allemaal normale reacties van normale en evenwichtige mensen die verdriet meemaken’, gaat Manu van start. Hij vergelijkt het verlies van een dierbare met een emotionele aardbeving: na de ramp moet je onder het puin vandaan zien te komen om de brokstukken opnieuw te leren lijmen. ‘Die vraag van: hoe lang duurt het voordat ik mij weer een beetje normaal voel, denk ik: mensen, je bént normaal in zoiets. Maar je bent in een abnormale levenssituatie terecht gekomen.’

Er is volgens Manu geen tijdsduur op te plakken. Het verschilt van persoon tot persoon. Daarbij spelen leeftijd, eerdere ervaringen met verlies en het soort relatie dat je had tot de overledene, een rol.

‘Ik heb het woord ‘normaal’ nooit meer kunnen gebruiken’, vult Lies aan. Zelf verloor zij haar man Jan, nadat zij meer dan veertig jaar samen waren. ‘Ik voelde me voor altijd wel anders.’ Vanuit haar eigen ervaring en haar werk als hulpverlener ziet Lies dat de meeste mensen op een gegeven moment wel weer in staat zijn hun bezigheden weer op te pakken.

‘Mijn man heeft plotseling zijn broer verloren. Hoe kan ik hem helpen en er voor hem zijn?’
Manu: ‘Daar raak je eigenlijk een vorm van verlies aan waar in onze samenleving vaak niet bij stil wordt gestaan: als volwassenen een volwassen broer of zus verliezen. Als de broer getrouwd was en kinderen heeft, dan gaat de eerste aandacht naar zijn vrouw en kinderen. En dat is natuurlijk ook juist. Heel weinig denkt de omgeving aan de volwassen broers en zussen die hun broer verliezen. Broers en zussen zijn vaak mensen waar je in het leven de langste geschiedenis mee hebt. Vanaf je geboorte tot het sterven; het is de langste relatie in je leven. Als iemand dan overlijdt, zie je dat de gemeenschappelijke herinneringen uit de kinderjaren weer bovenkomen. Dat je als het ware je kindertijd herbeleeft die je samen hebt beleefd in die tijd.’

Hoe kun je dan iemand helpen? ‘
Door te luisteren wat dit voor hem betekent. En niet te zeggen: ach, het was toch maar je broer. De twee belangrijkste woorden die ik uit mijn psychologieopleiding ben blijven bewaren, zijn: vertel eens. Laat hem vertellen over hoe het leven van zijn broer nu op een andere manier bij hem naar binnen komt en betekenis krijgt in zijn leven.’

‘Stel dat iemand niet zo van het praten is, hoe kan ik dan helpen?’
‘Als het een zeer gesloten figuur is, dan is mijn boodschap: geef zorg en warmte’, antwoordt Manu. ‘Als je iemand warmte en genegenheid geeft, dan zal hij wel open komen op het moment dat hij daaraan toe is. Dat vraagt veel geduld. Je moet niemand tot iets forceren. Als je zegt: vertel eens, dan kan hij vertellen over datgene wat op dat moment zijn hart toelaat om over te vertellen.’

Warmte, luisteren en uitnodigen. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het niet, beamen Lies en Manu allebei. ‘Wij leven in een wereld waar technologie heel belangrijk is. Waar alles snel moet gaan. Waar we eigenlijk voortduren op zoek zijn naar snelle, technologische oplossingen voor elk probleem dat zich voordoet. En verdriet vraagt tijd, en zorgzaamheid ook. Dat staat haaks soms op de snelheid waarop onze cultuur voortraast.’

‘Ik zit zelf in een andere rouwfase dan mijn andere gezinsleden. Hoe kunnen we elkaar blijven steunen?’
‘Ik spreek niet zo snel over fasen in een rouwproces’, begint Manu. ‘Een fase is iets waar je in zit en niet zoveel aan kunt doen. Ik spreek liever over rouwtaken. Je staat voor een aantal taken. En rouw is nooit voor twee mensen hetzelfde. Het is altijd anders, altijd individueel, verschillend. Vandaar ook de titel van mijn boek voor mensen in verdriet: ‘Vingerafdruk van verdriet’. Het is altijd als een vingerafdruk: herkenbaar door de omgeving, maar nooit gelijk.’

Manu benadrukt dat het ook in dit geval heel normaal is dat iedereen binnen het gezin er anders mee omgaat. Maar hoe kun je elkaar dan helpen? ‘Dat is niet gemakkelijk, want je zit met je eigen verdriet: luisteren naar wat het voor de ander betekent op dit moment.’ ‘Ja, en beseffen dat het voor iedereen anders is’, vult Lies aan.

‘Hoe help ik mijn zoon, die niet wil praten over zijn verdriet, vanwege de zelfdoding van zijn vader?’
‘Daar zit nog een ander element tussen’, zegt Manu. ‘Het gaat om de dood van zijn vader maar het gaat ook om zelfdoding. Een zelfdoding maakt het voor mensen vaak nog heel wat moeilijker, omdat daar een cruciale vraag zit: waarom heeft papa dit gedaan? En hadden wij iets kunnen doen om dit te voorkomen? Die waaromvraag doet mensen vaak met stomheid slaan. Die staat daar van de morgen tot de avond. Als je die waaromvraag blijft stellen, krijg je vaak als antwoord: stop met die vraag, want je kunt er geen antwoord op vinden. Maar de therapie ligt niet in het vinden van het antwoord, maar in het mogen stellen van die vraag. Men moet die vraag tientallen keren mogen stellen.’

Lies vraagt Manu hoe de moeder haar zoon het best nabij kan zijn. ‘Door te zeggen: je mag er altijd over praten als je dat wilt, maar niets moet. Als je er liever met iemand anders over praat, weet dat ik dat goed vind en je dat niet kwalijk neem. En onthoud vandaag, dat je er ook in de toekomst, vele jaren later, nog met mij over kunt praten.’

Heb je vragen over zelfdoding of wil je praten over zelfmoordgedachten? Dat kan anoniem via de chat op www.113.nl of bel 113 (gebruikelijke telefoonkosten) of 0800-0113 (gratis).

‘Wat zijn signalen dat rouwverwerking stagneert, of overgaat in andere problematiek?’
‘Ik gebruik in mijn nieuwste boek het woordje rouwverwerking niet meer’, antwoordt Manu. ‘Ik spreek over verlies overleven. Verwerken zou betekenen dat het het op een bepaald moment achter de rug moet hebben. Dat je er niet meer aan denkt en verdrietig bent. Dat is meestal niet zo; verdriet en verlies gaan met iemand mee door het leven. Ik noem dat de normaliteit.’

‘Stagneren van de rouw is als je ziet dat het leven van mensen als het ware blokkeert. Als mensen niet meer in staat zijn na een tijd om te genieten en te houden van het leven. Voor mij is rouw overleven: ik kan, op de meeste momenten, weer genieten van het leven en ik kan herinneringen levendig bewaren. De persoon is verwijderd uit mijn uiterlijke leven en is verhuisd naar mijn hart. Dat wil niet zeggen dat niet op cruciale momenten in het leven dat weer naar boven kan komen, zoals een verjaardag, moederdag, Kerstmis, Nieuwjaar.’

‘Wat ik ook zo mooi vond aan wat je zei’, vult Lies aan, ‘met de dood eindigt het leven, maar niet de relatie. Het blijft je partner, het blijft je vader, het blijft je dochter. Je trekt dat toch je hele leven ook met je mee.’

‘Ik heb geen afscheid kunnen nemen. Is het goed om dit symbolisch nog wel te doen?’
‘Soms hebben mensen geen afscheid kunnen nemen door de wijze waarop de dood is opgetreden. Soms hebben ze de kans niet gekregen, omdat ze daar menselijk niet aan toe waren. Of ik denk aan mensen die dementeren; op een bepaald moment verlies je die, terwijl die nog leeft. Mijn boodschap aan mensen die geen afscheid hebben kunnen nemen: neem dan nu nog afscheid. Vertel maar aan die persoon wat je zou willen vertellen. Of schrijf het en deponeer die brief ergens. Of ga je naar de begraafplaats, zet je op een bankje bij de begraafplaats en vertel wat je nog wil vertellen. Het is niet omdat die persoon niet meer kan antwoorden, dat jij het antwoord niet kunt horen.’

‘Iedereen om mij heen is erg verdrietig om het overlijden van mijn vrouw. Maar ik voel me opgelucht, omdat ons huwelijk niet altijd even fijn was. Hoe ga ik met deze gevoelens om?’
Manu: ‘Dit zijn realiteiten die ook tot het leven behoren. Soms moet je afscheid nemen van iemand waar je geen goede relatie mee had. Dan is het heel belangrijk om van jezelf een reeële balans op te mogen maken van het leven: wat is onvolkomen geweest in onze relatie? Dat is menselijk. Niet alle relaties zijn altijd goed. Wat heeft ons ooit doen besluiten om samen door het leven te gaan? Kijken: waar staan we nu, en waar komen we vandaan? Maak de balans op. Dan zie je dat je in die balans momenten hebt van voldoening en momenten waarop je die voldoening hebt gemist. Mogelijk heeft zo iemand nog iemand buiten de directe kring nodig, bij wie hij terecht kan. Iemand die niet zal oordelen.

Lies: ‘Deze vraag raakt me wel. Deze man zit hier wel mee. Het is belangrijk dat we daar begrip voor hebben. Dat past alleen niet altijd om in de naaste familie te uiten. Het is belangrijk om dan een paar mensen te vinden waar dat ook tegen vertelt kan worden, zonder oordeel.’ Manu vult aan: ‘Het belangrijke van die vraag vind ik dat mensen ook zouden weten dat in rouw en in verdriet ook zoiets kan leven als opluchting en tevredenheid. Je kan ook een tevredenheid voelen over hoe een leven is geweest. Je kan ook opluchting voelen om iets dat pijnlijk was, ten einde is gekomen.’

‘Ik weet in mijn hoofd dat het goed is om verder te gaan met met leven. Maar mijn hart zegt iets heel anders.’
‘Het is zo; wat je in je hoofd weet, dat kan een hele tijd duren voordat je hart dit ook kan aanvaarden en toelaten. En dat is zo bij het sterven; je weet dat iemand dood is, maar je voelt het nog niet. Het is de kunst om je hoofd en je hart dichter bij elkaar te krijgen in het verdriet. Dat is echt niet gemakkelijk.’

Lies: ‘Ik denk dat heel veel mensen hier mee zitten: doe ik mijn dierbare die overleden is daarmee onrecht of tekort als ik weer lach of als ik weer leuke dingen ga doen? Andere mensen om je heen kunnen dan ook opmerkingen maken, van: het gaat wel weer goed.’ Manu sluit af: ‘En eigenlijk, wat kunnen we hier uit concluderen: oordeel niet. Bepaal niet hoe anderen zich mogen en moeten voelen, maar luister hoe het voelt bij mensen.’

Meer luisteren van deze podcast?
Meer luisteren van deze podcast?