
Ouders geven tips en directeuren vertellen over identiteit
Leestijd: 10 min![]()
Als ouders wil je het beste voor je kinderen. Dus wil je ook de beste school voor hen. Kies je een school waar alleen christelijke kinderen worden toegelaten, of wil je liever dat ze bij leeftijdsgenootjes uit andere achtergronden in de klas zitten? Laat je onderwijsmethodes, de persoonlijke visie van de leerkrachten, of de reisafstand het zwaarst wegen? Kortom: hoe kies je de beste school voor je kind?
Drie christelijke stellen (Jan en Mirjam Suijdendorp, Samuel en Mirjam Visser en Coby en Eric*) hebben deze keuze onlangs gemaakt. Openhartig leggen ze uit waarom ze tot hun keuze zijn gekomen.
Mirjam en Jan Suijdendorp zijn aangesloten bij de Kerk van de Nazarener. Hun oudste kind zit in groep 2 op de evangelische basisschool het SchatRijk in Zaandam.
In de wijk waar Mirjam en Jan wonen, staan twee basisscholen, een (christelijke) interconfessionele en een openbare. De interconfessionele school omschrijft Mirjam als: “Die doet op geloofsgebied aan alles wat, waardoor het eigenlijk helemaal niets is. Verder hoorden we verhalen over de school waaruit bleek dat christelijke kinderen het er heel moeilijk hebben. De openbare basisschool was voor ons eigenlijk ook geen optie. Via familie hoorden we over de evangelische school. We zijn op gesprek gegaan, en we kregen een goede indruk van de school. Vooral de goede sfeer en persoonlijke benadering van de kinderen spraken ons erg aan.”
Sommige ouders zijn bang dat kinderen op deze school op een eilandje leven?
Mirjam: “Wij denken dat dit meevalt. Op straat spelen ze met kinderen van drie verschillende basisscholen. En dat gaat prima. Op deze school sluiten ze de wereld niet buiten. Als er een rage heerst, besteden ze hier aandacht aan én leggen ze aan de kinderen uit waarom ze bepaalde principiële keuzes maken. Natuurlijk moet iedereen op een gegeven moment zelf een keuze maken in zijn leven, maar de basis die je meegeeft, is heel belangrijk. Leerkrachten moeten ook overtuigd christen zijn.”
Hoe kijken jullie tegen open scholen aan?
“Als open school kun je een evangeliserende functie hebben,” meent Mirjam. “Als het zo werkt, is dat heel mooi, maar ik denk dat dit vaak niet zo is. Als zulke jonge kinderen al moeten opboksen tegen kinderen die niet geloven, is dat heel zwaar voor hen. Als niet-christenen in de medezeggenschapsraad en het bestuur komen, krijg je daar heel lastige discussies. Aan de andere kant hoor ik in mijn omgeving ook wel eens mensen zeggen dat er van hun eigen basisschoolperiode nog bijbelverhalen zijn blijven hangen. Dat is positief.”
Samuel en Mirjam Visser melden dochter Loïs (4) onlangs aan voor de pc-school ’t Speelkwartier in Veenendaal.Hebben jullie bewust gekozen voor een open school?
Samuel: “Ja, we hebben ervoor gekozen Loïs naar een school te brengen waar ze al vroeg kinderen met een andere achtergrond ontmoet. In haar klas zijn, denk ik, nog vier of vijf van de 25 kinderen christelijk.”
Bang dat hun dochter hierdoor op een verkeerde manier wordt beïnvloed, is Mirjam niet: “Je moet als ouders goed opletten met wie je kind omgaat. Stel dat ze van een ander kind bepaald taalgebruik overneemt, dan moet je daar met je kind over in gesprek gaan.”
Geloofsopvoeding moet in de eerste plaats thuis gebeuren
Het stel heeft zowel praktische redenen, als de identiteit van de in de overweging meegenomen. Mirjam: “Voor ons is de identiteit het belangrijkste geweest bij de beslissing. Pas daarna kwamen de praktische redenen. We vinden het een voordeel dat de school dichtbij is. Op die manier heeft ze ook vriendjes en vriendinnetjes in de buurt die op dezelfde school zitten. Verder hangt er een heel prettige sfeer op de school. Ik denk dat dit komt doordat het docentenkorps positief christelijk is.”
Hoe komt de identiteit in de klas naar voren?
“Op ’t Speelkwartier wordt elke dag door de juf met de kinderen gebeden en gezongen,” vertelt Mirjam. “Drie keer in de week wordt er een bijbelverhaal verteld. Verder zijn er vieringen rond de christelijke feestdagen, waar de ouders ook voor uitgenodigd worden.” Samuel vult aan: “De school heeft een belangrijke plaats in de geloofsopvoeding, maar wij vinden dat dit in de eerste plaats thuis moet gebeuren. We hebben ons georiënteerd met behulp van een schoolgids die we van de gemeente kregen, gesprekken met andere ouders, en een gesprek met de directeur van de school.”
Erik en Coby* kozen ervoor hun kind naar een Gereformeerde school (vrijgemaakt) te brengen, ook al was dat tien minuten verder fietsen dan een pc-school in de buurt.
Erik en Coby zijn lid van de Protestantse Kerk, en hebben zelf vroeger op een pc-school gezeten. Toch maakten ze voor hun kinderen een andere keuze: “In de wijk waar we eerst woonden, staat een christelijke school. Toen we daar op gesprek gingen, kregen we het idee dat we niet bij een christelijke, maar bij een religieuze school zaten. Zo hoefden de leerkrachten niet per se een christelijke achtergrond te hebben. Ze vertelden de kleuters wel de bijbelverhalen, maar in hogere groepen legden ze daarbij uit dat het verhaal of het wonder misschien meer een symbolische functie had. Ook het feit dat Jezus als Verlosser naar deze wereld is gekomen, werd vrijer ingevuld. Als er thuis en in de kerk andere dingen worden verteld dan op school, wordt het voor je kind ingewikkeld. Daarom hebben we voor de gereformeerde school gekozen. Dit is een goede school, met de Bijbel en het geloof als basis. De identiteit komt naar voren in gewone dingen als omgaan met elkaar. De leraren gaan zelf naar de kerk en ze leven uit hun geloof. Wat we zelf iets minder vinden, is dat het onderwijs heel erg op het rationele gericht is. De concrete toepassing zou beter kunnen.”
Een veelgehoord argument tegen gereformeerde scholen is dat ze te veel naar binnen zijn gericht.
Coby reageert: “Kinderen uit de evangelische beweging kunnen niet naar de vrijgemaakte school. Dat vinden wij jammer, want wat ons betreft, horen ze er gewoon bij. Als niet-vrijgemaakten hebben we een toelatingsgesprek op school gehad. Dat was heel prettig; allerlei opvoedkundige en geloofszaken werden besproken. Maar het is niet zo dat de kinderen wereldvreemd opgroeien. Er komen in de lessen namelijk veel moderne thema’s langs.”
Hoe komt de identiteit in de klas naar voren?
“In de klas is veel aandacht voor het bijbelverhaal en worden allerlei soorten liederen aangeleerd. Drie à vier keer per week wordt er een bijbelverhaal verteld. Voor Kerst en Pasen zijn speciale vieringen. Ook is er een gebedsgroep die eens per maand voor de school bidt.”
Tekst: Thijs Noorlandt
* Om privacyredenen zijn de namen Eric en Coby gefingeerd.

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer