
Reportage
Leestijd: 7 minDoor Pieter-Jan Rodenburg
Koken voor veel mensen is voor menigeen een regelrechte nachtmerrie. Visie-redacteur Pieter-Jan Rodenburg doet het vaker, al is ook hij blij met een nieuw kookboek vol recepten voor grote groepen. Hij ging ermee aan de slag – appeltje-eitje, zou je denken. Of toch niet helemaal?
“Zero stress”, belooft de voorkant van het kookboek The Dinner Party. Ik merk er weinig van als ik op een ochtend in de keuken van onze woongemeenschap sta. Mijn hart klopt op standje tien en het zweet breekt me uit. Niet alleen vanwege de enorme hoeveelheid ingrediënten op het aanrecht – en de gedachte dat die over acht uur omgetoverd moeten zijn tot zeven gerechten – maar ook omdat gerechten als ‘melitzanes sto fourno’ en ‘spanakopita’ me helemaal niets zeggen. Ik ben volledig het overzicht kwijt. Waar moet ik beginnen? Wat zegt het recept? Waarom wilde ik dit?
Even rustig ademhalen. Ik kan dit, zeg ik tegen mezelf. Ik doe het immers regelmatig, koken voor een mannetje of veertig. Het buurtcafé van onze woongemeenschap organiseert iedere vrijdag een buurtmaaltijd en ik sta graag in de keuken. Vrijwel altijd bereid ik iets uit de losse pols: ik bezoek een paar lokale winkels en kijk wat er in de aanbieding is, en dan ontstaat er in mijn brein vanzelf een gerecht.
De stress slaat toe. Waar moet ik beginnen?
Aan onze buurtmaaltijd schuift een breed pluimage aan: fijnproevers en alleseters, carnivoren en vegetariërs – uit alle windstreken van de wereld. En ik geniet wekelijks van die vrolijke mix van buurtbewoners.
Ik heb altijd een paar vuistregels die me helpen bij het koken voor grote groepen. Allereerst: houd het simpel – kies voor eenvoudige gerechten met weinig ingrediënten en niet te veel bewerkingen. Maar ook: kook niet te veel – hoe groter de groep, hoe kleiner de porties. Als ik voor veertig mensen kook, bereken ik de aantallen op zo’n vijfendertig personen. En tot slot: de oven is mijn beste vriend. Die zorgt er namelijk voor dat ik alles precies op tijd warm op tafel kan zetten.
En toen viel bij de Visie-redactie het kookboek The Dinner Party op de mat. Dit kookboek biedt zes diner-ideeën. Ieder diner bestaat uit tien gerechten. Ik kies er zeven uit, uit het hoofdstuk Zot op Zuiders; allemaal mediterraanse hapjes. Leuk idee, maar direct na mijn keuze slaat de stress toe. Waar moet ik beginnen?
Die paniek is overigens helemaal aan mezelf te danken. Ik heb de instructies op de eerste pagina’s van dit vrolijke kookboek niet gelezen. Daarin staat een handige weekplanning, die ik straal heb genegeerd. Ik heb een hele week voorbereiding gepropt in de avond vooraf en de vroege ochtend.
Gespannen blader ik door het boek. Tot mijn verrassing ontdek ik een lijstje dat me vertelt met welk gerecht ik het beste kan beginnen. De tweede verrassing: de recepten blijken stuk voor stuk eenvoudiger dan ik dacht. Alleen de porchetta – een Italiaanse klassieker van opgerold varkensvlees – is wat meer werk, maar dankzij de heldere omschrijving gaat het bijna vanzelf.
Af en toe word ik een beetje narrig van de werkwijze. Niet vanwege het sappige Vlaams van kok Mathias Colpaert – dat maakt het geheel alleen maar vermakelijk. Maar vanwege zijn voorliefde voor kipkruiden. Hij strooit ze op de patatas bravas, op de aubergine, op courgette: waar is zijn kruidenfantasie? Ook frons ik mijn wenkbrauwen bij zijn salmorejo, een eenvoudige gazpacho. Zó weinig olijfolie? Die geeft toch juist smaak, diepte en zachtheid aan de koude tomatensoep, denk ik eigenwijs.
Ondanks mijn bedenkingen volg ik netjes de recepten. En voilà: de stress verdampt. Bijna. Net als ik zwetend ontdek dat ik de twaalf aubergines nog moet snijden, komt een buurtgenoot de keuken binnenwandelen: een voormalig chef-kok. “Kan ik helpen?” vraagt hij. Even later volgt er nog iemand, en voor ik het weet, bemannen we met z’n vijven de – gelukkig – ruime keuken. Nog vóór vier uur staan de zeven gerechten klaar voor de laatste handelingen en kan ik even rustig koffiedrinken.
Normaal gesproken scheppen we op bij de bar, waar dan altijd een rij ontstaat. Ik besluit deze keer de gevulde schalen op de tafels te zetten, zodat iedereen lekker kan blijven zitten. Dit geeft wat meer rust en het ziet er nog feestelijk uit ook. Als de eerste hongerige buurtbewoners binnendruppelen, blijkt maar weer dat zo’n buurtmaaltijd echt verbindt: geroezemoes vult de ruimte, af en toe klinkt er gelach.
Klokslag zes uur zet ik met hulp van mijn buurtgenoten de tafels vol dampende, geurige gerechten, met op ieder bord een kopje salmorejo. Het geroezemoes verstomt, alle aandacht gaat naar het eten. En, weet ik, dat is het grootste compliment dat je als kok kunt krijgen. Ook ik ben verrast. De melitzanes sto fourno – geroosterde aubergine in tomatensaus – is warm en diep als een Spaanse zomeravond. De salmorejo, waar ik voor vreesde, is verrassend romig en fris. En het pièce de résistance, de porchetta, is met recht het pronkstuk van de avond.
Eerlijk is eerlijk: koken uit dit boek is vanwege de hoeveelheid gerechtjes wat meer werk dan het maken van één enkel, eenvoudig gerecht. Maar het verbaast me hoeveel smaak de auteur weet te genereren met een handvol ingrediënten. En aan het daverende applaus te merken, zijn mijn buurtgenoten het daar helemaal mee eens.
N.a.v. ‘The Dinner Party’, Mathias Colpaert, Lannoo, 184 blz. (gebonden), € 29,99.


Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer