
Leestijd: 12 min![]()
Extreme vermoeidheid, hyperactiviteit, concentratieproblemen of emotionele prikkelbaarheid: een burn-out kan zich op veel verschillende manieren uiten. Hoe weet je of je in een burn-out bent beland? En misschien nog belangrijker: hoe herstel je ervan? GZ-psycholoog Amanda Verzantvoort-van Bergeijk geeft antwoord op vragen van Eva-volgers.
Een burn-out ontstaat wanneer iemand langdurig op mentale wilskracht blijft doorgaan, terwijl het lichaam steeds verder overbelast raakt, vertelt GZ-psycholoog Amanda Verzantvoort-van Bergeijk. “De klachten beginnen vaak klein, maar stapelen zich op totdat er als het ware op een noodknop wordt gedrukt; dan grijpt het lichaam in. Het kan soms gebeuren dat mensen van de ene op de andere dag nauwelijks nog functioneren. Je lichaam en geest zijn met elkaar verbonden en beïnvloeden elkaar continu. Te veel emotionele druk verstoort het systeem.”
Als iemands draaglast voortdurend groter is dan zijn draagkracht, zorgt dat voor overbelasting. Dit gebeurt vaak door een mix van werk, gezin, sociale verplichtingen en de zorg voor anderen. Amanda geeft een concreet voorbeeld: “Wanneer iemand een baan heeft met hoge werkdruk en veel stress, puberkinderen die weinig rust bieden en daarnaast ook nog mantelzorg verleent aan een ouder, ontstaat er een enorme druk. Veel mensen hebben de drang alle ballen hoog te houden, waardoor een spagaat van verplichtingen kan ontstaan die leidt tot structurele en chronische overbelasting.”
Veel mensen hebben de drang alle ballen hoog te houden
Naast externe druk spelen ook persoonlijke eigenschappen een rol. “Mensen die een burn-out ontwikkelen, zijn vaak geneigd te pleasen, voelen zich snel schuldig bij ‘nee’ zeggen en hebben een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Dit zijn geen zwaktes, maar gedragingen die in veel situaties juist worden gewaardeerd, waardoor ze onbewust bekrachtigd worden en hierdoor blijven bestaan.”
Daaronder kan volgens haar nog een diepere laag schuilgaan. “Vaak speelt een onderlaag van onverwerkte ervaringen of trauma een rol, bijvoorbeeld momenten uit de vroege jeugd waarin te veel of juist te weinig emotionele veiligheid aanwezig was. Wanneer zulke ervaringen later opnieuw worden geraakt door zogenaamde ‘triggers’, kunnen klachten ontstaan en zich opstapelen. Bij een burn-out komen vaak verschillende factoren tegelijk samen.”

Een burn-out is een verzamelnaam voor uiteenlopende klachten en kan bij iedereen anders tot uiting komen. De een ervaart concentratieproblemen en is prikkelbaar, terwijl de ander volledig uitvalt en nauwelijks nog uit bed komt. Wat vrijwel altijd voorkomt, is een diep gevoel van uitputting en extreme vermoeidheid. Amanda herkent dit beeld uit haar praktijk: “Bij overspannenheid voel je je moe, maar je batterij kan nog opladen. Bij een burn-out is dat anders: zelfs na een goede nachtrust word je moe wakker. Dat kan weken, maanden of zelfs jaren aanhouden. In het begin zijn de klachten vaak vaag, waardoor mensen nog lange tijd op wilskracht doorgaan.”
Daarnaast ziet ze vaak concentratieproblemen en emotionele uitputting: “Mensen zijn sneller prikkelbaar, huilen makkelijker of voelen zich leeg. Vaak verdwijnt ook het plezier en de motivatie in werk en de dagelijkse activiteiten.” Naast mentale en emotionele klachten komen ook vaak lichamelijke signalen voor, zoals hoofdpijn, spierpijn, gespannen schouders, nekklachten en slaapproblemen.”
Mensen zijn sneller prikkelbaar, huilen makkelijker of voelen zich leeg
Wist je dat je bij een burn-out naast extreme vermoeidheid ook een gevoel van hyperactiviteit kunt ervaren? “Aan de ene kant staat het lichaam lange tijd te veel ‘aan’ en blijft het in een overactieve toestand hangen, zelfs tijdens rust of slaap. Aan de andere kant raakt een deel van het lichaam volledig uitgeput”, legt Amanda uit. “Onrust en vermoeidheid bestaan daardoor naast elkaar. Bij de een overheerst de onrust, bij de ander juist de vermoeidheid. Mensen die hyperactiviteit sterk ervaren, denken vaak dat ze nog wel door kunnen gaan. Waardoor ze over hun grenzen blijven gaan en steeds verder van hun lichaam verwijderd raken.”
Ook het gevoel van vervreemding van jezelf komt regelmatig voor: “Wanneer je lang op mentale kracht doorgaat, raken lichaam en emoties steeds verder van elkaar verwijderd. Er ontstaat een kloof tussen hoofd en lichaam, waardoor je je losgekoppeld kunt voelen van je lichaam. Je hoofd neemt de regie over en lichaamssignalen komen minder goed door.” Dit gevoel ontstaat vaak bij mensen die signalen van uitputting lange tijd negeren. “Grenzen aangeven is vaak moeilijk, mede door schuldgevoelens richting werk of rollen thuis. Doordat je zo lang op wilskracht functioneert, raak je verder verwijderd van je lichaam en emoties, wat dat gevoel van vervreemding versterkt.”

Slecht slapen, vermoeidheid en stemmingswisselingen komen zowel voor bij een burn-out als tijdens de overgang. Beide kunnen het stresssysteem beïnvloeden, waardoor klachten op elkaar lijken. Hoe weet je of het om een burn-out gaat of dat je in de overgang zit? “Als professional moet je alert zijn wanneer iemand tussen de 45 en 55 jaar met burn-outklachten binnenkomt in de praktijk. Sommige klachten komen overeen, zoals een slechte nachtrust en stemmingswisselingen. Daarnaast kunnen ze elkaar versterken en overlappen”, vertelt Amanda.
Toch zijn er ook een aantal verschillen. “Bij een burn-out kun je meestal een duidelijke optelsom van stressoren aanwijzen. Bij de overgang kunnen stemmingsklachten of angstgevoelens juist vrij plots ontstaan, zonder duidelijke aanleiding. Daardoor kan er in de praktijk overlap in het beeld ontstaan.”
Sommige klachten komen overeen, zoals een slechte nachtrust en stemmingswisselingen
De overgang wordt, in tegenstelling tot een burn-out, veroorzaakt door hormonale schommelingen. “Vrouwen in de overgang kunnen fysieke klachten ervaren zoals opvliegers en nachtelijk zweten, waardoor ze vaak rond drie à vier uur ’s nachts wakker worden. Daarnaast kunnen ze stemmingswisselingen of angstklachten krijgen die plotseling optreden, en veranderingen in hun menstruatiecyclus opmerken. Deze klachten zijn typische signalen van de overgang en verschillen duidelijk van de symptomen van een burn-out.”
Naast dat de overgang en een burn-out elkaar kunnen versterken, kan een langdurige of onbehandelde burn-out uitmonden in een depressie. Bij een depressie overheerst langdurige somberheid, verdwijnt vaak het plezier in dagelijkse activiteiten en kan het leven bij momenten zinloos aanvoelen. Tijdig de juiste hulp zoeken verkleint dit risico.

Wist je dat vrouwen vaker psychische vermoeidheid door werk ervaren dan mannen? Dat blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden uit 2024. Ook Amanda begeleidt vooral vrouwen. “Vrouwen hebben vaak te maken met een dubbele of zelfs driedubbele belasting: werk, zorg voor kinderen, het huishouden en soms mantelzorg voor naasten. Daardoor is er minder hersteltijd, wat de kans op chronische overbelasting vergroot.”
Daarnaast spelen sociale verwachtingen een rol: “Er ligt vaak, expliciet of impliciet, druk op vrouwen om zorgzaam te zijn, alle ballen tegelijk in de lucht te houden en zowel thuis als op het werk goed te functioneren. Ook het managen van emoties en relaties wordt nog vaak wat vanzelfsprekend bij vrouwen gelegd. Daardoor is er continu mentale belasting.”
Menstruatie, zwangerschap en de overgang beïnvloeden energie, belastbaarheid en herstel
Biologische en hormonale factoren kunnen ook meespelen. “Menstruatie, zwangerschap en de overgang beïnvloeden energie, belastbaarheid en herstel. Daardoor ervaren vrouwen soms sneller uitputtingsklachten. Bovendien herkennen vrouwen hun burn-outklachten vaak eerder en zoeken ze sneller hulp dan mannen, waardoor klachten bij hen eerder zichtbaar en bespreekbaar zijn. Mannen hebben vaker de neiging om problemen zelf op te lossen, waardoor hun klachten minder zichtbaar zijn, terwijl ze die wel degelijk ervaren.”
Amanda ziet bij vrouwen twee piekmomenten waarop een burn-out vaak voorkomt. Allereerst rond de 30 tot 35 jaar, vaak wanneer ze jonge kinderen hebben. Deze fase brengt veel nieuwe veranderingen en verantwoordelijkheden met zich mee. Ook vrouwen rond de 45 tot 55 jaar met kinderen in de puberteit of die uit huis gaan, lopen vaak risico. “Het deels loslaten van de kinderen, het verkennen van grenzen en zorgen over bijvoorbeeld middelengebruik, pesten of seksualiteit houden moeders intensief bezig. Als je partner dan ook druk is, kunnen gevoelens van leegte of eenzaamheid ontstaan. Verbinding en veerkracht vallen weg, terwijl dit juist goed helpt om stress te reguleren.”

“Hoe kom ik weer uit een burn-out?” wil Rian weten. Een burn-out verloopt vaak in verschillende fasen. Amanda geeft praktische tips om deze beter te doorstaan.
1. Aanloopfase
“De eerste fase is de aanloopfase: je hoofd raakt steeds voller, ontspannen wordt steeds moeilijker en je slaapt slechter. Je blijft voornamelijk doorgaan op wilskracht, denkend dat je het nog wel aankunt. Deze fase kan weken, maanden of zelfs jaren duren.”
2. Crashfase
“Uiteindelijk volgt de crashfase: het moment waarop het echt niet meer gaat en de typische burn-outklachten zichtbaar worden. In deze fase is het vooral belangrijk om te accepteren wat er gebeurt en steun te zoeken bij je omgeving. Het helpt enorm als niet alleen jij, maar ook de directe mensen (zowel werk als privé) om je heen het erkennen en accepteren. Zonder oordeel ontstaat er ruimte om te herstellen.”
3. Herstelfase
Daarna begint de herstelfase, waarin het lichaam langzaam weer opbouwt. “De energie keert stap voor stap terug, al ben je nog snel moe en gevoelig voor prikkels. Rust, structuur en goed voor jezelf zorgen is in deze fase essentieel. Ook helpt het om langzaam activiteiten op te pakken die je goed doen, zoals wandelen of afspreken met mensen bij wie je je prettig voelt.”
4. Re-integratie- en opbouwfase
In deze fasen verschuift de focus naar voorzichtig uitbreiden. “Je merkt dat je meer aankunt, maar je blijft kwetsbaar. Veel mensen zijn bang voor terugval. Leer opnieuw luisteren naar je lichaam en begin klein, bijvoorbeeld met korte activiteiten of afspraken. Evalueer daarna hoe dat voelt. Jezelf vergelijken met anderen werkt meestal averechts; herstel is persoonlijk en verloopt voor iedereen anders. Kies bewust voor situaties die veilig en haalbaar aanvoelen, in plaats van direct stressvolle prikkels op te zoeken”, adviseert Amanda.

Volgens Amanda is vooral gezond eten belangrijk bij een burn-out, zowel voor je lichaam als voor je mentale welzijn. “Alles wat je eet, wordt verteerd in je darmen, die in directe verbinding staan met je brein. Daar ontstaan stoffen die invloed hebben op je mentale functioneren. Dus ja: voeding speelt een belangrijke rol bij psychische klachten.”
Wandelen, fietsen of zwemmen helpt om weer in contact met je lichaam te komen
Ook het eetgedrag zelf kan het herstel positief of negatief beïnvloeden. “Emotie-eten kan een negatieve spiraal versterken. Sommige mensen eten meer om zich beter te voelen en komen daardoor aan, wat invloed heeft op hun zelfbeeld en stemming. Anderen eten extreem weinig vanuit een gevoel van controle, wat kan leiden tot ongezond gewichtsverlies. In beide gevallen is er sprake van een verstoring die je mag leren doorbreken. Gezonde, verse en 100% pure voeding in de vorm van fruit en groente, voldoende drinken en het vermijden van emotie-eten zijn daarom belangrijk voor herstel.”
Naast voeding speelt ook beweging een belangrijke rol. “Alleen maar rust nemen is te beperkt. Doe je dat te lang, dan neemt je conditie en belastbaarheid af. Zelfs bij vermoeidheid is het belangrijk om binnen je mogelijkheden in beweging te blijven. Wandelen, fietsen of zwemmen helpt om weer in contact met je lichaam te komen, vermindert angst- en stemmingsklachten en zorgt voor meer rust in je hoofd.”

Eva-volger Marijke vraagt zich af: “Waar krijg je hulp en wordt dit vergoed bij een burn-out?”
Amanda: “Op het moment dat klachten toenemen of patronen hardnekkig worden, is het belangrijk om hulp te zoeken. Dit kan laagdrempelig beginnen bij de huisarts of bij een praktijkondersteuner (GGZ). Dat is vaak een eerste stap, waarbij je snel terechtkunt en hulp vanuit de basiszorg wordt aangeboden.”
Wanneer klachten ernstiger zijn of langer aanhouden, is specialistische hulp nodig. “Je hebt dan iemand nodig die je door de hele fase heen begeleidt en kan uitleggen wat er speelt. Een GZ-psycholoog, psychotherapeut of klinisch psycholoog kan hier vaak meer in betekenen.” Deze hulp is vaak beschikbaar via een verwijzing door de huisarts of praktijkondersteuner (GGZ). Ook via de bedrijfsarts of de praktijkondersteuner van de bedrijfsarts kan ondersteuning worden geregeld. In dat geval zijn de wachttijden vaak aanzienlijk korter.
Op het moment dat klachten toenemen of patronen hardnekkig worden, is het belangrijk om hulp te zoeken
Naast reguliere zorg zijn er ook andere vormen van ondersteuning mogelijk, zoals burn-outcoaching. “Het is belangrijk om goed te kijken naar ervaring en recensies, omdat dit niet altijd gereguleerde zorg is.” Volgens Amanda is het daarnaast belangrijk om ook aandacht aan het lichaam te besteden. “Denk bijvoorbeeld aan fysiotherapie, haptotherapie of psychosomatische fysiotherapie om spanning te verminderen, zeker bij veelvoorkomende nek- en schouderklachten. Ook kunnen ontspanningsmassages, een dag naar de sauna of andere vormen van ontspanning helpen om het contact met je lichaam te herstellen.”

Een vraag die ook bij Marloes leeft: “Hoe voorkom je een terugval?”
Volgens Amanda begint het voorkomen van terugval bij het doorbreken van oude gewoonten.
“Veel mensen willen snel weer ‘de oude’ zijn, leggen de lat te hoog en negeren onbewust snel weer de signalen van hun lichaam. Doorgaan met te hard werken en structureel over je grenzen gaan, werkt juist averechts. Het houdt het probleem in stand in plaats van dat het structureel wordt opgelost.”
Een belangrijk onderdeel van dat proces is het leren stellen van grenzen. “Op tijd stoppen klinkt eenvoudig, maar vraagt oefening. Het is belangrijk om te begrijpen wat maakt dat iemand het lastig vindt om grenzen te stellen. Vaak heeft iemand hier namelijk heel goede redenen voor. Het leren stellen van grenzen versterkt je vertrouwen in je eigen signalen en helpt herhaling te voorkomen.”
Op tijd stoppen klinkt eenvoudig, maar vraagt oefening
Het risico neemt toe wanneer je terugkeert naar dezelfde belastende omstandigheden, zoals een hoge werkdruk, een gespannen relatie met een leidinggevende of collega, of een werkomgeving die om andere redenen onrust veroorzaakt. “Daarom is het belangrijk om na herstel echt stil te staan bij en bewust te reflecteren op wat je hebt meegemaakt. Je hebt een ervaring achter de rug die je uiteindelijk vaak in positieve zin heeft veranderd. Het kost tijd om dit te erkennen en te accepteren. Probeer te begrijpen waarom je zo lang over je grenzen bent gegaan; vaak spelen oude, aangeleerde patronen een rol. En vraag je af: wat kan ik hiervan leren, hoe kan ik door deze ervaring op persoonlijk vlak groeien? Met dat inzicht kun je vaak bewuster keuzes maken en eerder bijsturen in de toekomst.”

Tekst: Femke Bouwens
Beeld: Pexels

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer