
Hebben wij het in de gaten wanneer een bijzondere ontmoeting een openbaring wordt?
Leestijd: 8 min![]()
Een man en een vrouw ontmoeten elkaar. Ze willen elkaar beter leren kennen. Het zijn Jezus en de Samaritaanse vrouw. De dorst van de een raakt het verlangen van de ander. Hebben wij het altijd in de gaten wanneer een bijzondere ontmoeting in ons leven een openbaring wordt?
Lees: Johannes 4 vers 1-30
Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, 6waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: “Geef mij wat te drinken.”
Een man en een vrouw. Dat kan spannend worden. Maar nee, het beeld lijkt duidelijk in dit verhaal. De joodse rabbi Jezus is in gesprek met een gevallen Samaritaanse vrouw. De serene Jezus is de man die alles weet en rechtzet en de vrouw wijkt af van de norm. Haar gebrek wordt onthuld en moet geheeld. Dan kan ze weer verder en leert ze er vast ook iets van.
Toch is dit gesprek gelijkwaardiger dan je denkt. Het is midden op de dag en Jezus gaat bij de bron zitten. Dan komt de vrouw. Het lijkt een vreemd tijdstip om water te halen. Er zijn genoeg verklaringen voor bedacht. Bovendien ligt de aanwezigheid van Jezus daar ook niet voor de hand ligt.
Hun gesprek is aftastend. Het ‘wie ben jij’ klinkt door alle regels heen. De vraag van Jezus om water lijkt simpel, maar wordt door de vrouw nauwelijks begrepen. Het aanbod van Jezus om haar bron te zijn, gaat langs haar heen. Het heeft iets weg van het gesprek tussen Jezus en Nicodemus. Onbegrip omdat de diepte van de woorden niet gehoord wordt. Terwijl ze beiden de behoefte hebben elkaar te begrijpen.
Dan komt de vraag naar haar man. En net als zoveel mensen die aangesproken worden op hun manier van leven, geeft ze het gesprek een andere wending. “Wij aanbidden God hier, maar jullie zeggen dat het in de tempel moet. Wat is het nou?” Wanneer Jezus probeert uit te leggen dat het aanbidden van God op elke plaats mogelijk is, zegt ze: “De Messias komt snel. Laat Hem het maar uitleggen.” Oftewel: je kunt het nu toch nog niet weten. Dan hoeven we nu nergens over te oordelen, dus ook niet over mij.
Het klinkt een beetje als iemand die zegt: “Ja, de kerk. Nou, toen mijn tante ooit wat gedaan had, keek de hele kerk haar met de nek aan, dus nu hoef ik er ook niets meer mee.” Of: “Ze vinden in die kerk toch niet dat ik in hun straatje pas.”
Zo hoeft het gesprek niet meer over jezelf en over je eigen manier van handelen te gaan, maar gaat het altijd over ‘die anderen en hun regels’.
Door het gesprek ergens anders heen te leiden, probeert de vrouw haar eigen verleden te negeren. Het lijkt erop dat ze meerdere relaties heeft gehad. Is ze steeds weduwe geworden? Hebben mannen haar verlaten? Of moest zij weg? We weten het niet. Zin om erover te praten heeft zijzelf ook niet.
Terwijl het juist heilzaam kan zijn niet meteen naar de ander, of de gemeenschap, maar naar jezelf te kijken. Zeker als het gaat om de keuzes in relaties. Wat heb je gedaan, met wie, en waarom.
Ook voor de vrouw kan het heilzaam zijn haar geschiedenis onder ogen te zien. Wat maakt haar tot wie ze is? Wat maakt dat ze nu, op het heetst van de dag, naar de bron komt om water te putten? Waar is het haar om te doen?
Zou ze de eenzaamheid zoeken? Op dit tijdstip is de dameskoffieclub in elk geval al lang naar huis. Dat scheelt een hoop blikken en geroddel. Niets mis met een koffieclub natuurlijk. Maar we weten zelf wel dat in zo’n gezellige groep soms de nodige roddels en veroordelende blikken de ronde doen. Hoeveel mensen, voornamelijk vrouwen, hebben wij al weggejaagd naar het heetst van de dag?
Of zou de vrouw uit zijn op iets nieuws? Een nieuwe ontmoeting. Gestuurd door het verlangen gezien te worden. Zoals wij ook gezien willen worden wanneer we ons wagen aan de ontmoeting met de ander. Bijvoorbeeld in het persoonlijke gesprek met die ene collega terwijl je huwelijk thuis niet goed gaat. Het iets te lang blijven hangen bij die vader op het schoolplein. Dat gaat vaak niet om wild verlangen, maar om gezien willen worden. Zoals de vrouw gezien wordt bij de bron. Jezus kijkt haar aan.
Want opmerkelijk genoeg zoekt Hij het contact. Zij behoort niet zomaar met een vreemde man te praten en Hij niet met een Samaritaanse. Maar Jezus wil weten wie zij is. Ook Hij verlangt naar de ontmoeting. Zo is deze ontmoeting ook een echo van andere ontmoetingen. Die van Jakob en Rachel, het bleek het begin van de geschiedenis van Israël. Die van Mozes en Sippora, de vluchteling en de vreemde vrouw. Ook zij ontmoeten elkaar bij een bron. Ze zijn op zoek naar elkaars identiteit. Op zoek naar antwoord op de vraag ‘wie ben jij’ en ‘mag ik mijn leven met jou delen?’
Straks na Pasen is er weer een ontmoeting. Nu tussen Jezus en Maria, bij de bron van het lege graf. De bron waarover Jezus spreekt met de Samaritaanse vrouw is tot leven gekomen. Maria is de eerste die eruit mag putten. Nadat ook haar waarheid wordt onthuld. Jezus hoeft alleen haar naam te noemen. Zo deelt ze in Zijn leven.
De ontmoeting daar begint eigenlijk al bij deze Jakobsbron. Jezus’ antwoord aan de Samaritaanse is pure openbaring. “Ik ben het, die hier met je spreekt.” Die woorden reiken ver. Ze zijn onthullend, confronterend en helend tegelijk. De Samaritaanse begrijpt nog niet alles, maar uit de rest van het verhaal blijkt haar beginnend geloof. En haar openheid over haar geschiedenis. Ze durft het aan als aangesproken mens de stad in te gaan. Er was dan ook geen oordeel van Jezus. Maar slechts het woord: Ik ben het. Ik ben de bron van al je verlangens.
Op zoek naar meer bijbelinspiratie? Bekijk hier Eva’s bijbelstudies.
Marrit Bassa verzorgt wekelijks ook een Bijbeloverdenking in de podcast Eerst Dit. Een inspirerende manier om je werkdag mee te beginnen.

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer