
Prof. dr. Willem J. Ouweneel schetst achtergronden
Leestijd: 8 min![]()
Kinder- of volwassendoop, groot dopen, klein dopen, besprenkelen of waterbad, de meningen over de doop zijn in Nederland sterk verdeeld. Prof. dr. Willem J. Ouweneel schetst achtergronden.
Het valt niet mee een antwoord op deze vraag te vinden waar alle ‘partijen’ het mee eens zullen zijn! De christelijke (water)doop is een rituele reiniging waardoor een mens op het christelijk ‘erf’ wordt gebracht. Sommigen zien in dat ‘erf’ de kerk (vergelijk Handelingen 2:41), anderen het verbond (vergelijk Kolossenzen 2:11v.), weer anderen het koninkrijk Gods (vergelijk Matteüs 28:18-20).
Christus heeft de doop ingesteld in Matteüs 28:18-20: ‘Discipelt alle volken, hen dopend tot de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest en hen lerend te bewaren alles wat Ik u heb geboden,’ dat wil zeggen : ‘discipelt alle volken door hen te dopen en te leren’. Je wordt een discipel (leerling, volgeling) van Jezus door (a) de waterdoop en (b) onderwijs in de geboden van Jezus, zodat je leert hoe een volgeling van Hem behoort te leven. Omdat het onderwijs volgt op de doop, kan men mijns inziens niet vroeg genoeg dopen: elke discipel van Jezus, hoe jong ook, hoort gedoopt te zijn!
De doop heeft niet alleen te maken met een innerlijke geloofsrelatie (vergelijk Marcus 16:16), maar vooral met onze uiterlijke navolging van Jezus (discipelschap): men wordt gedoopt om ‘te wandelen in nieuwheid des levens’ (Romeinen 6:3v.), en door de doop ‘doet’ men Christus ‘aan’ (Galaten 3:27), dat wil zeggen, vertoont men Zijn beeld (vergelijk Romeinen 13:14; Kolossenzen 3:12). Mooi zien we dat in de parallel met de Uittocht (1 Korintiërs 10:1v.): de Israëlieten werden ‘in Mozes gedoopt in de wolk(kolom) en in de (Schelf)zee’, om, verlost uit de slavernij, achter Mozes aan te gaan door de woestijn.
Ik zie o.a. de volgende kenmerken:
De term ‘volwassendoop’ is ongelukkig, want ook gelovige kinderen kunnen gedoopt worden; beter is de term ‘gelovigendoop’.
Ik zie o.a. de volgende kenmerken:
Er is bij de meeste christenen behoefte aan een dubbele introductieritus: een voor zuigelingen en een voor rijpere gelovigen, die hun plaats van verantwoordelijkheid in de gemeente innemen. Bij kinderdopers is de eerste ritus de kinderdoop, de tweede de geloofsbelijdenis. Bij gelovigendopers is de eerste ritus het opdragen, de tweede de gelovigendoop. In plaats van te ruziën of de doop thuishoort bij de eerste dan wel bij de tweede stap, is het veel nuttiger in te zien dát deze twee stappen er zijn, en dat ze gepraktiseerd worden, hoe dan ook.
Je ziet vaak een spanning tussen christenen die anders over de doop denken, zeker als bijvoorbeeld binnen een gezin zowel voor kinder- als volwassendoop gekozen wordt. Hoe komt dat?
Het ligt in de aard van de gereformeerde theologie, vooral in de neocalvinistische variant, de doop een zeer vooraanstaande plaats te geven, die direct samenhangt met de centraal staande verbondsleer. Omgekeerd ligt het in de aard van de evangelicale theologie zich van de traditionele kerken af te zetten, en de gelovigendoop blijkt daarvoor een uitmuntend middel te zijn. Doopsgezinden en baptisten hebben er zelfs hun naam aan ontleend! Daardoor hebben én veel kinder- én veel gelovigendopers van hun doopopvatting een kenmerk van ware rechtzinnigheid gemaakt.
Dat is mijns inziens een hoogst ongelukkige situatie, die ertoe leidt dat veel christenen zich over niets zo graag lijken op te winden als over de doopopvatting van de ‘tegenpartij’.
Ik zie vaak ‘ongelijk’ aan beide kanten... Er is bijvoorbeeld onenigheid over de doopformule (vergelijk Matteüs 28:19 met Handelingen 2:38), of over de hoeveelheid water die wordt toegepast. Dopen betekent onderdompelen, en onderdompeling drukt zoveel beter uit dat de doop een ‘begrafenis’ is dan besprenging doet (Romeinen 6:4; Kolossenzen 2:12). Maar wie beweert dat een doop niet ‘geldig’ is als het niet met de juiste hoeveelheid water gebeurt, loopt gevaar in ritualisme te vervallen.
De diepste onenigheid betreft de vraag of men mag dopen voor de wedergeboorte, of alleen na de wedergeboorte. In ieder geval valt de doop nooit samen met de wedergeboorte, ondanks Johannes 3:5 en Titus 3:5 (men moet dan maar bewijzen dat ‘water’ of ‘bad’ hier het doopwater of -bassin is, waar ik niets van geloof; het is een beeld van Gods Woord; zie Efeziërs 5:26).
Wat het belangrijke tijdstip van de doop betreft: dopen veel kinderdopers niet veel te lang vóórdat van discipelschap bij het kind sprake kan zijn? En omgekeerd: wachten veel gelovigendopers niet veel te lang met de doop nádat de betrokkene al lang en breed een discipel is? Ik ken volwassen gelovigen die al geruime tijd aan het Avondmaal deelnemen en actief zijn in geestelijk werk en nog steeds niet gedoopt zijn... Ik geloof dat de doop en het begin van discipelschap zo dicht mogelijk bij elkaar moeten liggen. Hoe langer iemand al christen is, hoe minder de symbolische zin van de doop nog tot uiting komt.
Stel dat ik als kind gedoopt ben, terwijl toch de volwassendoop de enige juiste doop blijkt te zijn. Kom ik dan wel in de hemel?

Kom op 5 juni naar het grootste worshipconcert van Nederland
Ontdek meer